Author Archives: Joyce Pijnenburg

leesgroep Martha Nussbaum

De maandelijkse leesgroep o.l.v. Dr. Loes Derksen gaat dit najaar verder met een nieuw thema: Martha Nussbaum, Het Kwetsbare Leven.

Tijd: Van sept. t/m juni, laatste vrijdag van de maand van 14:00-16:00, met uitzondering van december.

Plaats: Twaalfde verdieping van het hoofdgebouw van de Vrije Universiteit, de Boelelaan 1105, Amsterdam, zaal 12A92. Deze zaal bevindt zich in het gesloten kantoor gedeelte. We verzamelen tegenover 12A44 om 14:00 om gezamenlijk naar de zaal te gaan. Daarom graag op tijd komen!

Literatuur: Martha Nussbaum, The fragility of goodness. Luck and ethics in Greek tragedy and philosophy. We lezen het hele boek. Zelf aan te schaffen. Editie en eventueel vertaling naar keuze. In het rooster wordt uitgegaan van de Engelse editie.

Toegangseisen: Colleges filosofie gevolgd op universitair niveau. Lezen van de teksten die besproken worden. De leesgroep is gratis toegankelijk.

Aanmelding bij de organisator/gespreksleider, Loes Derksen, l.d.derksen@vu.nl

Data en te bespreken teksten:

27 sept. Inleiding, Hoofdstuk 1, “Luck and ethics” en Deel I, Tragedy: fragility and ambition, Hoofdstuk 2, ‘Aeschylus and practical conflict”, p. 1-50.

25 okt. Hoofdstuk 3, “Sophocles’ Antigone: conflict, vision and simplification”, p. 51-84.

29 nov. Deel II, Plato: goodness without fragility?, Introduction, Hoofdstuk 4 The Protagoras; a science of practical reasoning”, Interlude 1, p. 89-135.

31 jan. Hoofdstuk 5, “The Republic: true value and the standpoint of perfection”,  Hoofdstuk 6, “The speech of Alcibiades: a reading of the Symposium”, tot het eind van paragraaf III, p. 136-184.

28 febr. Hoofdstuk 6, “The speech of Alcibiades: a reading of the Symposium, vanaf paragraaf IV, Hoofdstuk 7, “This story isn’t true, madness, reason and recantation in the Phaedrus”, p. 184-233.

27 maart Deel III, Aristotle: the fragility of the good human life”, Introduction, Hoofdstuk 8, “Saving Aristotle’s appearances”,  Hoofdstuk 9, “Rational animals and the explanation of action”, p. 235-289.

24 april Hoofdstuk 10, “Non-scientific deliberation”, Hoofdstuk 11, Vulnerability of the good life: activity and disaster”, p. 290-342.

29 mei Hoofdstuk 12, “The vulnerability of the good human life: relational goods”, “Appendix to Part III, human and divine”, en Interlude 2: luck and the tragic emotions”, p. 343-194.

26 juni Epilogue: tragedy, Hoofdstuk 13, “The betrayal of convention: a reading of Euripides’ Hecuba”, p. 395-421. Conclusies, afsluitende discussie over het boek.

Hypatia-programma 2019: Column Jana Miah

Afgelopen 18 mei verzorgde SWIP-NL het Hypatia-programma 2019 over Sojourner Truth en intersectioneel feminisme. Onderstaand de afsluitende column door agoog Jana Miah.

Tijd voor Intersectionaliteit

door Jana Miah, MA.

Laten we het over de term intersectionaliteit hebben. Het is een concept dat over de voorbije jaren een essentieel deel is geworden van hoe ik de wereld benader. Ik leg graag uit waarom.

Kimberlé Crenshaw, een Amerikaanse juriste en professor, begon de term voor het eerst te gebruiken in de late jaren ’80. Als juriste diende ze het samengaan van verschillende uitsluitingsgronden aan de rechter te bewijzen. Voornamelijk wanneer het rechtszaken met zwarte vrouwen  betrof. Er bleek in die tijd amper een kader te bestaan om aan te tonen dat het samengaan van een bepaald gender en ras zorgt voor extra discriminatie in de maatschappij.

Toen ik tijdens mijn studies het concept van intersectionaliteit leerde kennen ervaarde ik dat als een openbaring. Het is zo vanzelfsprekend en ik schaamde mij erover dat ik hier niet eerder bij stil stond. Bijgevolg moest ik hierdoor mijn feminisme opnieuw overdenken. Wanneer ik over feminisme nadacht, merkte ik, nam ik de witte cultuur als norm. Ik besefte toen niet hoe die eigenlijk voorbijgaat aan de dagdagelijkse belevingen van vrouwen van kleur, aan die van vrouwen in armoede, aan die van vrouwen met beperkingen. Het is heel goed dat we strijden voor het doorbreken van het glazen plafond, maar voor wie voeren we die strijd eigenlijk?

Bell hooks, een Amerikaanse hoogleraar, stelde het zo: “Jarenlang aanschouwde ik de tegenzin van witte feministische denkers om het belang van etniciteit te erkennen. Ik aanschouwde hun weigering om te erkennen dat elke feministische beweging anti-racistisch moet zijn. Want enkel dan is zusterschap mogelijk. Maar ik aanschouwde ook een revolutie  waarin individuele vrouwen hun stem begonnen te gebruiken om witte onderdrukking te ondermijnen. Deze geweldige veranderingen herstelden mijn geloof in de feministische beweging en versterken de solidariteit die ik voel ten aanzien van alle vrouwen.”

We kunnen volgens bell hooks dus niet spreken van een feministische beweging als die niet inherent anti-racistisch is. Vrouwen moeten hun stem gebruiken om uitdrukkelijk tegen de witte patriarchale onderdrukking te spreken in het Westen.

Wat bell hooks schreef is voor mij nu nog steeds relevant. Zogezegde liberale feministen die opkomen voor de rechten van de vrouw, maar haar ondertussen wel de hoofddoek ontnemen, haar in de politiek geen stem geven, en haar in hun denktanks niet betrekken, zijn in mijn ogen geen feminist te noemen.

Lang heb ik gedacht dat die identiteitskenmerken niet belangrijk zijn. Dat waren ze althans niet in mijn leven. En nu snap ik beter waarom. Ik werd opgevoed in een warme en open-minded omgeving. Ik heb nooit gevoeld wat het is om arm te zijn. Ik heb tot op heden geen beperkingen. Ik kreeg de kans om hogere studies aan te vatten. Toch ervaar ik af en toe ook een anders-zijn. Mensen zien mij door mijn huidskleur soms als niet-Belg. En ik heb niet het gevoel dat ik overal mezelf kan zijn door mijn seksuele oriëntatie. We moeten die complexe situaties leren benoemen en herkennen.

Het blijft me ook verbazen hoe mensen andere mensen zo makkelijk in categorieën opdelen. Iemand is ‘een’ migrant, gehandicapt, moslim,… alsof een persoons identiteit volledig door dat ene kenmerk kan samengevat worden. In 2002 schreef Helma Lutz, professor in de sociologie in Frankfurt, dat intersectionaliteit het denken over verscheidenheid is. Het gaat uit van een verbondenheid van dimensies die mensen doen verschillen van elkaar. We staan niet los van elkaar in de samenleving, maar we worden net geordend door onze kenmerken. Hiermee geeft ze duidelijk aan dat mensen niet op te delen zijn in aparte categorieën.

Als mens zijn we geen optelsom van dingen. We zijn geen apart te benaderen categorieën. We zijn complex, we zijn een soort van heerlijke cake met verschillende ingrediënten. Je kan die ingrediënten niet apart van elkaar kan zien. We bestempelen cake ook niet gewoon als ‘bloem’ of ‘eieren’. Een cake is veel meer dan dat. Laten we dat dan ook niet bij mensen doen. En ja, soms is het nodig om de ingrediënten te beschrijven, om te kijken waarom een bepaalde cake in onze maatschappij hoger wordt gewaardeerd dan een andere. En laten we dan uiteindelijk beseffen, dat cake cake is. Dat we allemaal mensen zijn. Dat we samen moeten vechten voor die gelijkwaardigheid, door problemen te benoemen. Door mensen samen te erkennen.

Voor wie kom ik precies op? Bijvoorbeeld tijdens mijn werk bij een LGBT koepel. Voor mensen die niet voldoen aan de gendernorm? Kom ik ook op voor mensen van de laagste klasse? Voor mensen met een beperking? Heb ik gedacht aan het feit dat misschien niet iedereen Nederlands spreekt? Tijdens het open onthaal dat ik tijdens mijn baan openhoud, ontmoet ik veel mensen, ook de meest kwetsbaren. Dakloze personen, mensen die pas vanuit een ander land naar België geïmmigreerd zijn, mensen die psychisch kwetsbaar zijn. Dit zorgt ervoor dat ik niet anders kan dan ook voor hen opkomen. Ik deed het niet vanzelfsprekend, mijn ogen moesten geopend worden. Matsuda, Amerikaans advocaat, activist, en professor, benoemde dit in de jaren ‘90 als het stellen van ‘the other question’ of de andere vraag. Als we nadenken over uitsluiting en discriminatie zoals racisme bijvoorbeeld. Dan kunnen we onszelf de vraag stellen: welke andere discriminatiegronden spelen hier nog? Is er hier ook sprake van seksisme? Is er hier ook discriminatie op basis van sociale klasse? Zo kunnen we stapje voor stapje onze blinde vlekken wegwerken.

Ik moet toegeven, het geeft me ook wel stress. Hoe kan ik niemand vergeten? Gelukkig hoef ik hier niet alleen over na te denken. Meer nog: dat zou compleet belachelijk en ongepast zijn. We moeten mensen blijven uitnodigen om de denkoefening met ons te maken. Want intersectionaliteit gaat voor mij net over je blik verruimen. Het gaat over mensen erkennen, die voorheen niet erkend werden. Alleen zo kunnen we machtsstructuren doorbreken. Want zoals Crenshaw ook stelt: “if there is no name for a problem, you can’t solve it.”

Ik wil dat het normaal is om intersectioneel te denken. Ik wil dat het normaal is om intersectioneel te handelen. Ik wil dat we de witte middenklasse norm doorbreken. Dat we het allemaal doen. Dat mensen die zich bevinden op het kruispunt van verschillende onderdrukkende identiteitskenmerken de voorgrond nemen. Ik wil méér luisteren en méér leren. Hopelijk jullie ook.

 

Jana Miah, MA studeerde agogische wetenschappen en gender studies en werkt momenteel als gelijke kansenmedewerker bij Casa Rosa, een koepelorganisatie van Oost-Vlaamse LGTBQ+verenigingen. Vanuit haar feministische blik op het leven zal Miah haar visie op intersectionaliteit delen.

 

Conference by Women in Philosophy 2019: respondenten gezocht

Ook dit jaar steunt SWIP-NL de jaarlijkse Conference by Women in Philosophy. Ze vindt dit maal plaats in Groningen, 23 en 24 juni a.s. met een interessant programma, waaronder de key note van hoogleraar ethiek Heather Widdows.

De organisatoren zijn nog op zoek naar respondenten voor verschillende onderwerpen (zie onderaan deze post).

 

CWIP 2019 call for respondents

For the Conference by Women in Philosophy 2019, we are looking for respondents willing to comment on presentations, which will take place Monday 24 June at Rijksuniversiteit Groningen (RUG). The program of the conference, where all talks are listed, can be found under Program 2019.

The goal of the conference is to provide a platform for undergraduate and graduate women philosophers to present their work to their peers. In this way we hope to create an opportunity for young women philosophers to inspire and motivate one another and to forge potentially productive alliances. We have a great number of young women philosophers present papers on a wide variety of topics.

The conference features a plenary discussion with keynote speaker prof. dr. Heather Widdows, as well as two symposia with experienced women philosophers working at universities in The Netherlands and Belgium. One symposium on ‘Feminist philosophy and Exclusion’ will be featured by dr. Charlotte Knowles (RUG) and prof. dr. Iris van der Tuin (UU). The other symposium will be on ‘Neurodiversity’ and featured by dr. Kristien Hens (UA), prof. dr. Trudy Dehue (RUG) and dr. Annelies Kleinherenbrink (UvT).

Anyone interested in providing commentary (or wanting to read one or some of the abstracts before deciding so) can send an email to womeninphilosophyconference@gmail.com. Please mention on which paper you would like to comment, provide a short explanation why you are suitable to respond to this paper, and if you are interested in attending the whole conference. We will let you know as soon as possible whether you will be invited to comment.

One of the goals of the conference is to help each other develop as philosophers. For this reason, we find it valuable that all speakers get a prepared response to their work. Because of the variety of topics, we are looking for respondents with different backgrounds (respondents of any gender are welcome). Experienced women in academic philosophy working at universities in The Netherlands and Belgium are especially encouraged to be a respondent. We think all participants can really benefit from their presence at our conference.

The program can be found here.
You can find our Call for Registration here.

 

We are still looking for respondents for the following talks:

– On Kant’s Conception of Pure Intuition: how pure intuitions can both ground and depend on empirical intuitions. Lisa Benossi
– Voting on Mandatory Vaccinations: A Contextualisation of the Legitimacy of Referendums. Malvina Ongaro
– Can easy ontology settle the special composition debate in metametaphysics? Elizabeth Holt
– Does the dual theory of gender solve the inclusivity and normativity problems? Viktoria Matejova
– Inclusion and Fairness in Education. Leia Hopf
– A Consequentialist Way of Looking at Values in Science. Jisoo Seo
– The Body: point d’appui between Power and Resistance. Maura Ceci
– Cultural Global Rectificatory Justice. Ruth Kleczewski
– Kant and Maria von Herbert on Reticence, Simulation and Deception. Geertje Bol
– Transparent Talk about Sexualities. Taboo, Shame and Discretion versus Open Speech and Sexpositivity. Anna Mense

Call for Papers Conference by Women in Philosophy

De volgende editie van de Conference by Women in Philosophy wordt gehouden op 24 juni a.s. at Rijksuniversiteit Groningen.

De deadline voor de Call for Papers is 19 maart a.s.

Zie voor alle details de website van de CWiP.

Juryrapport Hypatia-prijs SWIP-NL 2018

De Hypatia-prijs van de Society for Women in Philosophy – Nederland en Vlaanderen (SWIP.NL) werd op 14 april 2018 voor het eerst uitgereikt. Deze tweejaarlijkse prijs wordt aangeboden aan het beste filosofische boek geschreven door een vrouw.

Met het instellen van deze prijs wil SWIP-NL de aandacht voor vrouwelijke filosofen die werkzaam zijn in Nederland en Vlaanderen vergroten. De prijs is vernoemd naar de Griekse filosofe Hypatia (ca. 355-415). Zij was befaamd om haar wiskundige en astronomische kennis. Tegenwoordig fungeert ze als symbool van het feminisme. De prijs, een wisseltrofee, bestaat uit een bronzen beeldje van Hypatia. Dit beeld is gemaakt door de Iraanse kunsthistorica en beeldhouwster Elnaz Ghaemi en is mede gefinancierd door de Nederlandse Onderzoeksschool Genderstudies.

Jury

De jury van de Hypatia-prijs 2018 bestond uit Annemie Halsema (voorzitter), Cris van der Hoek, Mariska Jansen, Grâce Ndjako en Khadija al Mourabit; allen zijn werkzaam op het terrein van de filosofie.

Longlist

Uit een rijke longlist van 26 werken, heeft de jury een selectie van vijf boeken samengesteld. We werden vaak aangenaam verrast door de originele stijl en vernieuwende invalshoeken van de boeken. De longlist (zie bijlage) vertoonde een grote rijkdom aan thema’s: van filosoferen over techniek tot filosoferen met kinderen, van academische werken tot boeken over publieksfilosofie, van feministische thema’s tot straat- en dierenpolitiek. Vrouwelijke filosofen zijn duidelijk niet onder één noemer te vangen. Zij denken niet alleen na over zeer diverse onderwerpen, maar hanteren ook verschillende stijlen. In de longlist zijn filosofische romans, toneelteksten, essaybundels, boeken voor een breder publiek en boeken gericht op academische discussie opgenomen.

 

Criteria

Bij de selectie heeft de jury de volgende criteria gehanteerd:

  • Het boek is verschenen in 2016 of 2017.
  • De auteur is een vrouwelijke filosofe werkzaam in Nederland of Vlaanderen. Ze is niet noodzakelijk verbonden aan een universiteit.
  • Ook Engelstalige werken kunnen meedingen, mits bij een Nederlands of Vlaamse uitgever gepubliceerd.
  • De vorm van het werk ligt niet vast. Het kan een academisch boek zijn, maar ook een essaybundel, bedoeld voor het grote publiek.
  • De prijs gaat naar het beste filosofische werk. Dit betekent dat het goed geschreven, actueel en origineel is.
  • Conform de doelstellingen van SWIP.NL heeft de jury tot slot als criterium gehanteerd dat het boek op enigerlei wijze en voor enige groep emancipatoir moet zijn. We hebben een brede omschrijving gehanteerd van “emancipatoir” en doelen hiermee niet enkel op vrouwen in de filosofie: het boek kan bijvoorbeeld ook kinderfilosofie promoten, of zich richten op een ander probleem dat tot dusver in de filosofie minder belicht is, zoals het omgaan met sociale media, het kan gaan over dieren, over migranten.

 

Selectie shortlist

Na intensieve beraadslaging en discussie is de jury tot een shortlist gekomen van goed geschreven en originele filosofische boeken. Typisch is dat ze allemaal een andere strijd voeren en het denken op hun eigen terrein verder brengen. Ze zijn in zeer verschillende opzichten actueel. In alfabetische volgorde:

 

Sanne van Driel – De strijd van het kleine meisje

In deze uitgave van haar masterscriptie werpt Sanne van Driel een geheel nieuw licht op anorexia, wat meestal als een meisjesziekte wordt beschouwd: het boek is te zien als een “om”-schrijving van anorexia, het is niet langer een ziekte maar een strijd. Aan de hand van filosofen als Nietzsche, Deleuze en Foucault bekritiseert Van Driel het gangbare vertoog over anorexia en laat zien dat het verzet dat anorexia vormt juist breekt wanneer het een ziekte wordt genoemd. Anorexia is voor haar een buiten het lichaam treden, waarbij de anorectische logica steeds meer voor zichzelf, d.w.z. buiten het bewustzijn om begint te werken, terwijl het lichaam in elkaar stort. Klassieke geest-lichaam tegenstellingen werken dus niet om anorexia te duiden. Ze voegt toe: “een logica die alleen kleine meisjes begrijpen”. Dat klinkt zoetsappig, maar in het boek staat meisje-zijn voor strijd en strijdbaarheid. Dit boek is onderscheiden met de Van Helsdingen aanmoedigingsprijs voor psychiatrie en filosofie.


Eva Meijer – De soldaat was een dolfijn

In dit boek pleit Eva Meijer voor een andere manier van denken over dieren en onderzoekt zij hoe mensen samen met dieren hun relaties vorm kunnen geven. Het gaat Meijer niet enkel om het toekennen van rechten aan dieren, of om het onrecht dat hen wordt aangedaan te beëindigen. Zij pleit ervoor het antropocentrisme te beëindigen en dieren te beschouwen in het verlengde van mensen, als wezens die in een gemeenschap (met of zonder mensen) leven en politiek handelen. Dieren zijn politieke actoren, zo luidt haar originele en radicale stelling. Ze onderbouwt deze stelling met tal van voorbeelden en laat zien dat dieren en mensen voortdurend met elkaar omgaan. Ze onderhandelen, strijden, werken samen. Dieren verzetten zich en protesteren, zoals dolfijn Takoma uit de titel: deze dolfijn was getraind door het Amerikaanse leger als soldaat in Irak, maar keerde – anders dan zijn collega – niet terug van een missie. Aangenomen wordt dat hij gedeserteerd is. Meijer pleit, onder meer door analogieën te trekken met het feminisme en met disability studies (in navolging van Donaldson en Kymlicka), voor een “meersoortige” democratie en voor een visie op dieren als dependent agents.

 

Miriam Rasch – Zwemmen in de oceaan

In deze verzameling essays denkt Miriam Rasch aan de hand van persoonlijke ervaringen en met tal van filosofen als Stiegler en Kierkegaard en literatoren als Knausgard en Proust na over het leven in een postdigitale wereld. Een wereld waarin de digitalisering zich op alle terreinen van het leven heeft voltrokken en die daardoor wel wat nieuwe oriëntatiepunten kan gebruiken. De twaalf essays zijn vaak letterlijk probeersels die de lezer aansporen zelf verder na te denken over kwesties die verre van eenduidig zijn, zoals bijvoorbeeld het fenomeen transparantie. Rasch slaagt erin ver weg te blijven van het al te bekende techno-optimisme of techno-pessimisme en heeft een scherp en kritisch oog voor de verwevenheid van mens en techniek. Ze analyseert niet alleen de invloed van het online zijn, maar laat ook zien dat een programma als Excel allesbehalve een neutrale tool is. En ze wil tegenwicht bieden aan het “menselijk industrieel complex van Silicon Valley”, wat bijna een jaar na het verschijnen van dit boek alleen maar urgenter is geworden.


Marjan Slob – Hersenbeest

De centrale gedachte in het essay Hersenbeest van Marjan Slob is dat hersenwetenschappers tegenwoordig wel roepen dat “wij ons brein zijn”, maar dat dit zogenaamde “brein-discours” slechts een eenzijdige kijk op de mens is. Want, zo vraagt zij zich af, is het laboratorium eigenlijk wel de meest geschikte plaats om de essentie van ons mens-zijn te onderzoeken? “Kun je echt je vinger leggen op wat het is om mensen te zijn (…) als je de ene mens tot een soort laboratoriumrat maakt die het onderzoeksobject wordt van het andere mens?” Slob denkt van niet, natuurwetenschap alleen schiet tekort. Innerlijke ervaringen, de binnenwereld van mensen behoren tot het domein van de geestwetenschappen en moeten worden meegenomen in de zoektocht naar wie wij nu eigenlijk zijn.
Hersenbeest is een helder geschreven, verrassend en prikkelend betoog waarin Slob overtuigend de manco’s aantoont van het huidige “brein-discours”. In 2017 is dit boek – en naar de mening van deze jury terecht – onderscheiden met de Socrateswisselbeker voor het beste publiek-filosofische werk.


Karen Vintges – A New Dawn for the Second Sex

In dit boek laat Karen Vintges zien dat Simone de Beauvoirs analyse in De tweede sekse nog steeds actueel is en relevant in een globaal perspectief. Ook al is er inmiddels het een en ander bereikt, toch vormt het patriarchaat nog een veelkoppig monster, een Hydra, die telkens weer de kop opsteekt – ook als er weer eens een kop is afgeslagen. Dit impliceert dat er ook een veelheid aan verschillende strategieën noodzakelijk is om dit monster te bestrijden. Vintges schetst in het boek feministische vrijheidspraktijken, in de Marokkaanse context en in het Westen, die een kritisch potentieel bieden en uitzicht op verandering. Zij bespreekt bijvoorbeeld levensverhalen van Islamitische vrouwelijke heiligen als vrijheidspraktijk; analyseert beelden als de supervrouw, en geeft een boeiende interpretatie van The Twilight Saga. Vintges ontwerpt zo op basis van oude bronnen als De tweede sekse een nieuw globaal feminisme.

 

Prijswinnaar

Wat is uiteindelijk het beste filosofische boek geschreven door een vrouw in 2016-2017? Met zoveel goede boeken was het behoorlijk lastig kiezen. De jury is het er niettemin over eens dat Eva Meijers De soldaat was een dolfijn het meest originele en vernieuwende boek is. Haar boek ontwikkelt op basis van bestaande filosofische inzichten, maar zonder daar al te veel op te leunen, en eigenzinnige visie op dieren als politieke actoren. Voor de jury was niet alleen dit boek een plezier om te lezen, maar vormde ook Meijers Dierentalen dat in 2016 is uitgekomen en waarin zij ingaat op de verschillende soorten van taalgebruik door dieren, die ze omschrijft als niet menselijke taalspelen, een eye-opener. Toegankelijk en tegelijkertijd fundamenteel weet Meijer te tonen dat we de grens tussen mens en dier los moeten laten en met dieren in gesprek moeten gaan, waardoor we niet alleen anders over dieren zullen gaan denken, maar uiteindelijk ook over onszelf.

Bijlage: Longlist Hypatia-prijs 2018

 

Babs van den Bergh – Wat kan mij gebeuren?
Hannah van Binsbergen – Kwaad gesternte
Désanne van Brederode – Als stilte steekt
Woei-Lien Chong – Filosofie met de vlinderslag
Laura van Dolron – Liefhebben
Laura van Dolron – Wij
Sanne van Driel- De strijd van het kleine meisje
Lieve Goorden – De sprong in de techniek
Joke Hermsen – Melancholie van de onrust
Marli Huijer – Leve de publieksfilosofie
Marli Huijer – Achterblijven
Sanne Huysmans – Rafelen
Henrietta Joosten – Streven naar beter
Femke Kaulingfreks – Straatpolitiek
Annemarie Kok – Binding genoeg
Celine Linssen – De beste dagen van ons leven
Lieke Marsman – Het tegenovergestelde van een mens
Eva Meijer – De soldaat was een dolfijn
Eva Meijer – Dierentalen
Mieke Moor – Werken in het wit
Miriam Rasch – Zwemmen in de oceaan
Daan Roovers – Mensen maken
Simone van Saarloos – De vrouw die
Marjan Slob – Hersenbeest
Karen Vintges – A New Dawn for the Second Sex
Sabine Wassenberg – Kinderlogica

 

SWIP-NL bij Nacht van de Filosofie Middelburg

De eerste Nacht van de Filosofie in Middelburg staat in het teken van 50 jaar ’68.

Society for Women in Philosophy (NL) co-organiseert een lezing over José Ortega y Gasset en Hannah Arendt door Sabine Bierens en een tweegesprek met Elize de Mul en Lisa Doeland, naar aanleiding van hun boek Onszelf Voorbij (2018).

21.35 – 22.05 uur: Lisa Doeland & Elize de Mul – Onszelf Voorbij: Vormen van liefde in de 21ste eeuw

50 jaar na 1968 is de opwarming van de aarde wetenschappelijk bewezen en heeft digitalisering ons compleet andere perspectieven op ons leven en onszelf bezorgd. De jaren ’60 kenmerkten zich door de opkomst van het droombeeld van radicaal vrije liefde als een weg naar harmonie en vrede. Op welke vormen van liefde zou het aankomen in de 21ste eeuw? In dit tweegesprek zal Lisa Doeland toelichten wat zij onder ‘afvalofilie’ verstaat, terwijl Elize de Mul de eigenliefde herdefiniëert.


 

22.10 – 22.40 uur: Sabine Bierens – Ortega y Gasset en Arendt over opstand en revolutie

In 1930 verscheen De opstand van de massamens, waarin de Spaanse denker José Ortega y Gasset in een politiek roerige tijd in Spanje een universeel menselijke eigenschap analyseerde: het verlangen onbeheerst en onbeschaafd in opstand te komen. Hij zag dit in individuen en in gemobiliseerde groepen. Ook Hannah Arendt beschreef in haar essay Over revolutie in 1963 zulke tendensen: zij omschreef de revolutionaire massa als een veelkoppig monster op een lichaam, dat doet alsof het één wil heeft. Beide twintigste-eeuwse denkers analyseren de kansen en gevaren van een massa op drift. Wat kunnen wij van hen leren?

Leesgroep Nigeria en Filosofie

Tijdens deze leesgroep maken we kennis met drie toonaangevende vrouwelijke filosofen van Nigeriaanse afkomst: Sophie Oluwole, Nkiru Uwechia Nzegwu en Oyeronke Oyewumi. Centraal staat de vergelijking tussen het gedachtegoed van deze filosofen en “westers” denken. Alle drie auteurs hebben zich met deze vraag bezig gehouden.

 

 

Rooster leesgroep Nigeria en filosofie

Tijd: 14:00-16:00

Plaats: Hoofdgebouw Vrije Universiteit, de Boelelaan 1105, Amsterdam. Het zaalnummer wordt per bijeenkomst per e-mail bekend gemaakt. Inschrijven graag bij l.d.derksen@vu.nl.

 

De boeken die besproken worden zijn:

Sophie Oluwole, Socrates and Orunmila. Amsterdam, Ten Have, 2017. (bij veel boekhandels in voorraad of binnen een dag te krijgen, kosten circa euro 19,90)

Nkiru Uwechia Nzegwu, Family Matters. New York, State University of New York Press, 2006. (te bestellen, levertijd 4-6 weken, kosten circa euro 33,00)

Oyeronke Oyewumi, The Invention of Women. Minneapolis/London, University of Minnesota Press, 1997 (te bestellen, levertijd 4-6 weken, kosten circa euro 26,00)

 

Data en te bespreken teksten:

26 jan. Socrates en Orunmila, Deel I, “Socrates en Orunmila”, p. 9-69.

23 febr. Socrates en Orunmila, Deel II, “Afrikaanse filosofie”, 73-168.

23 maart Family Matters, Introduction. “Igbo Family Structure and Feminist Concepts”, p. 1-21, Hoofdstuk 1, “Family Politics. Making Patriarchy in a Patrilineal Society”, p. 23-62.

20 april Family Matters, Hoofdstuk 2, “Legalizing Patriarchy. Sorting Through Customary Laws and Practices”, p. 63-102.

25 mei Family Matters, Hoofdstuk 3, “Customs and Misrepresentations. Widows and Daughters in Inheritance Disputes”. P. 103-156.

22 juni Family Matters, Hoofdstuk 4, “The Conclave: A Dialogic Search for Equality”, p. 157-197.

28 sept. Family Matters, Hoofdstuk 5, “Structures of Equality: In Mono- and Dual-Sex Systems”, p. 199-239 en Conclusion, “Toward a Balanced Society”, p. 241-247.

26 okt. The Invention of Women, Hoofdstuk 1, “Visualizing the Body. Western Theories and African Subjects”, p. 1-30.

23 nov. The Invention of Women Hoofdstuk 2, “(Re)constituting the Cosmology and Sociocultural Institutions of Oyo-Yoruba. Articulating the Yoruba World-Sense”, p. 31-79.

25 jan. The Invention of Women, Hoofdstuk 3, “Making History, Creating Gender. The Invention of Men and Kings in the Writing of the the Oyo Oral Traditions”, p. 80-120.

22 febr. The Invention of Women, Hoofdstuk 4, “Colonizing Bodies and Minds. Gender and Colonialism”, p. 121-156,

29 maart The Invention of Women, Hoofdstuk 5, “The Translation of Cultures”. Engendering Yoruba Language, Orature and World-Sense”, p. 157-179.

Er wordt een slotbijeenkomst georganiseerd gewijd aan Oluwole. Een aantal deskundigen zullen aanwezig zijn en eventueel een film vertoond over het leven van Oluwole. Nadere informatie volgt..

 

Aanbevolen Literatuur:

Er bestaat een groot aantal inleidingen in Afrikaanse filosofie, bundels met essays over een bepaald onderwerp in Afrikaanse filosofie en boeken over Afrikaanse filosofie door Afrikaanse auteurs. Hierbij een aantal voorbeelden die betrekking hebben op de teksten die in de leesgroep aan de orde komen:

Oyeronke Oyewumi, What gender is motherhood? Changing Yoruba ideals of power, procreation, and identity in the age of modernity. Basingstoke, Palgrave Macmillan, 2016.

Azille Coetzee, African Feminism as Decolonising force. A Philosophical Exploration of the work of Oyeronke Oyewumi. Dissertatie Vrije Universiteit 2017.

Henk Haenen, Afrikaans denken: ontmoeting, dialoog en frictie. Een filosofisch onderzoek. Amsterdam, Buijten en Schipperheijn, 2006.

Heinz Kimmerle, Mazungumzo. Dialogen tussen Afrikaanse en Westerse filosofieën. Amsterdam/Meppel, Boom, 1995.

Longing for expression: Fundaments for a poetic reason – lezing Karolina Enquist Källgren

 

Samen met galerie A Tale of A Tub organiseren wij de lezing “Longing for expression: Fundaments for a poetic reason” door Dr. Karolina Enquist Källgren over de esthetica, metafysica en levensfilosofie van de Spaanse Maria Zambrano.

3 november, 20u-22u, justus van effenstraat 44, Rotterdam

 

Longing for expression: Fundaments for a poetic reason
Life needs to express itself, writes the Spanish philosopher María Zambrano (1904-1991). Life in general, and the human being in particular, is characterized by firstly, the potential to express itself, secondly, the lack of a fixed self the cause by which expression becomes a necessity, and thirdly, an identity understood as form rather than nature or essence. According to Zambrano, the human being is a tragic being, at loss of essence, but with the potential and will to expression. Because of this tragic disposition, artistic expression turns into a world-making activity of the first order, producing figures, forms, architectonics, appearances, all of which can be synthesized as knowledge. The fundamental human need and longing for expression lies at the basis of what Zambrano understands as a poetic reason, different from scientific knowledge and philosophy.

Beginning in different notions of expression in Zambrano’s works – such as word, sign, rhythm and complaint – and with the help of a set of drawings found in Zambrano’s manuscripts, Karolina will elaborate on the idea that artistic and poetic practices can be understood as producing a specific form of knowledge. By developing on the notion of poetic reason, she will discuss a creative and expressive process of poetic knowledge production that is indicative rather than defining, representational rather than objectifying, and relational rather than essentializing. This process is fundamentally world-making, in a qualified sense, where world is always only fragment and perspective.

 

Karolina Enquist Källgren defended her doctoral thesis – Subjectivity from exile, place and sign in the works of María Zambrano – in History of Ideas and Theory of Science, in 2015. She has published several articles on the works of María Zambrano, and is currently engaged in publishing the author’s collected works. She works at the University of Gothenburg in Sweden, as Assistant professor of History of Ideas and Director of studies of the Centre for European Studies. Her research concerns issues such as poetry as a form of knowledge, as well as the imagery of exile and migration. She is editor of the Swedish journal of history of ideas, Lychnos, and contributes regularly in cultural journals in Sweden. Her first theater play ‘Drömtydning’ (Interpretation of dreams) premiered in Gothenburg in 2009. Her book on Zambrano and the notion of ‘expressive subjectivity’ will be published in 2019 with Palgrave McMillan.

SWIP-Salon: Filosofie en Theater

Op 27 oktober staat onze SWIP-Salon in het teken van filosofie en theater, met filosoof Dora Timmers.

Dora is ‘dramasoof’, wat inhoudt dat zij zich professioneel bemoeit met de filosofie van toneel en met door filosofie geïnspireerde theaterstukken. Momenteel werkt ze met theater OT rotterdam aan de afronding van een voorstelling over Theodor Adorno en de studentes die hem in de jaren ’60 confronteerden: zij vonden dat hij zijn maatschappijkritische theorieën moest omzetten in activisme. Als we Theodor met rust laten komt alles goed gaat a.s. 18 november in première. Eerder dit jaar werkte Dora mee aan de tekst en voorstelling van Een winterplan (over Lou Andreas Salomé, Friedrich Nietzsche en Paul Rée) door middel van research en filosofische adviezen.

In de gezellige foyer van het theater vragen we Dora wat haar werk inhoudt. Daarna gaan we in gesprek over theater en filosofie in metaforische zin. Wat is het gezicht van filosofie?

Welkom bij de derde SWIP Salon!

 

OT rotterdam: Coolhaven 96-98 – Rotterdam

Tijden: inloop: 16.30; interview met Dora Timmers: 17u; afronding ca. 19u.

Drankjes: Voor koffie en thee zijn donaties aan OT welkom; wijn en een hapje zijn op kosten van SWIP-NL.

Ben je student filosofie of geïnteresseerd in lidmaatschap? De SWIP-Salon is een informele gelegenheid om kennis te maken met collega-filosofen die de zichtbaarheid van vrouwen in de filosofie voorstaan.

Alvast meer lezen over de voorstelling van OT?

ALS WE THEODOR MET RUST LATEN KOMT ALLES GOED

Ida Jongsma in gesprek met Marleen Moors

Donderdag 26 oktober: SWIP-lid en mede-oprichter van de Vereniging Filosofische Praktijk Ida Jongsma in gesprek met existentie-filosoof, filosofisch consulent Marleen Moors, in het Torpedo Theater.

Zie voor meer informatie de website van het theater.

 

Call for papers Feminist Philosophy Quarterly

Call for Papers Feminist Philosophy Quarterly Special Issue:

‘Epistemic Injustice and Recognition Theory’

 

Guest Editors: Paul Giladi (University College Dublin), Nicola McMillan (Lancaster University), and Alison Stone (Lancaster University).

 

José Medina, Danielle Petherbridge, Matt Congdon, Rebecca Tsosie, and Miranda Fricker (afterword) are confirmed contributors.

 

Feminist Philosophy Quarterly seeks submissions for a special issue on Epistemic Injustice and Recognition Theory. An important development in contemporary Anglo-American feminist epistemology has been the concept of epistemic injustice, which, as articulated for example by Miranda Fricker, has emerged out of and re-invigorated a rich line of work in feminist epistemology on epistemic exclusion, silencing, subordination, and motivated ignorance, including work by Linda Alcoff, Kristie Dotson, José Medina, and Charles Mills. Another important development in moral and political philosophy, especially in the Continental tradition, has been the philosophy of recognition. Recognition theory has roots in the work of Beauvoir and Fanon, although its most influential recent articulation has been by Axel Honneth, with debates about recognition and inclusion taken forward in feminist contexts by Iris Marion Young and Nancy Fraser amongst others.

 

While there are many virtues to the literature on epistemic injustice, epistemic exclusion, and silencing, current analysis and critique of these forms of injustice can potentially be improved and enriched by bringing recognition theory into the conversation. Recognition theory on the one hand, and contemporary epistemological work informed by feminism and critical race theory on the other, have developed largely separately from one another. Yet these fields of discussion have considerable bearing on one another. From a recognition theory perspective, the failure properly to recognise and afford somebody or a social group the epistemic respect they merit might be conceived as an act of recognition injustice. Perhaps part of the harm of epistemic injustice, exclusion, and silencing, then, is that of robbing a group or individual of their status as rational enquirer in a conversation, and so creating an asymmetrical cognitive environment.

The aim of this special issue is to open a dialogue between discussions of epistemic injustice and in recognition theory.

 

We invite contributing authors to consider how far these developments can and should inform and enrich one another. Questions that might be considered include the following, indicatively. Do relations of misrecognition underpin processes of epistemic exclusion and silencing, or do the latter instead underpin the former; or are the two mutually supporting? How well can different types of epistemic injustice—e.g., testimonial and hermeneutical—be understood as types of recognition injustice? What light can analyses of epistemic and recognition injustice shed on one another? What limitations do we discover in either or both types of analysis when we put them into conversation? What new questions and problems open up as a result of bringing these two fields of debate into conversation?

 

We are looking for papers that explore advantages of and/or difficulties with bringing thought on epistemic injustice and recognition together. We expect contributors to engage with existing feminist work in both strands of thought, including work by feminist philosophers of colour and critical race theorists.

 

Papers should be 9000 words maximum, exclusive of references, prepared for anonymous review with a separate cover page, and accompanied by an abstract of no more than 200 words.

 

The submission deadline is 31 December 2017.

 

Please feel free to contact a couple of the guest editors in advance of submission: paul.giladi@gmail.com;n.mcmillan@lancaster.ac.uk.

 

Final submissions should be made electronically to the address fpqsi2018@gmail.com.

Artikel over Conference by Women in Philosophy (4) door Grâce Ndjako

Afgelopen 3 juli vond alweer de vierde Conference by Women in Philosophy plaats. De conferentie werd dit jaar gehouden aan de Vrije Universiteit van Amsterdam. SWIP-NL was ook dit jaar weer trotse sponsor en verschillende van onze leden waren bij de organisatie betrokken.

SWIP-lid Grâce Ndjako schreef een artikel over de conferentie met speciale aandacht voor het werk van keynote speaker Xhercis Méndez.

“She wants to explore the non-gendered logics at work in these [Santéria] practices as there are spaces in Santéria that are created by practices that make little distinction between body-types, practices that are open to every ‘body’. (…)

True liberation for women of color does not lie in them being included into categories that require them to translate their experiences adopting Western terms such as gender that bear a colonial history.”

Lees het stuk hier:

Xhercis Méndez: On diversifying Philosophy and decolonizing Feminism

Conference by Women in Philosophy, 3 juli as. VU (Amsterdam)

Ook dit jaar is SWIP-NL weer trotse sponsor van Conference by Women in Philosophy. De organisatoren bieden wederom een vol programma met interessante sprekers en panels. Zie de pagina voor alle informatie.

De conferentie is maandag 3 juli en vindt plaats aan de Vrije Universiteit, Amsterdam. Aanmelden is nog mogelijk!

Waarom Intersectionaliteit? – column door Grâce Ndjako bij Vrouwenlogica V

Afgelopen maandag stond het publieksprogramma over en door vrouwen in de filosofie Vrouwenlogica in het teken van intersectionaliteit. Onderstaande column werd uitgesproken door filosoof Grâce Ndjako, ter afsluiting van het programma.

Over het bezoek aan Nederland van de Nigeriaanse filosoof Sophie Olúwolé, hoe zij werd gepresenteerd, hoe er voor haar werd gesproken en wat bell hooks hierover te zeggen zou hebben. Een pleidooi voor een intersectionaliteit.

 

Waarom Intersectionaliteit?

door Grâce Ndjako – bij Vrouwenlogica V, 29 mei 2017 in De Nieuwe Liefde, Amsterdam

 

Velen van ons zijn bekend met de stereotypen en stigma’s die er op werkende vrouwen worden geplaatst, en de verwachtingen die hen worden opgelegd.

Dat zij bijvoorbeeld veel vaker opmerkingen krijgen over hun uiterlijk en zich veel vaker van hun uiterlijk bewust zijn. Dat ze opmerkingen krijgen als “U kijkt zo lief”. Of hoe ze als meedogenloze krengen worden afgeschetst als ze ambitieus zijn, à la Miranda Priestley, het personage dat Meryl Streep speelt in ‘The Devil wears Prada’.

Maar daarnaast zijn er vrouwen die daarbij ook nog last hebben van stereotypen die over hen bestaan, die er niet bestaan voor andere vrouwen en stigma’s die op hen zijn geplaatst die niet op andere vrouwen worden geplaatst. Men koestert van deze vrouwen verwachtingen die men niet van andere vrouwen koestert.

In hun gevallen zijn het dan niet alleen mannen die zich hier schuldig aan maken, maar ook vrouwen die niet dezelfde kenmerken hebben als zij.

Ik wil het nu over één zo’n vrouw hebben.

Sophie Olúwolé 

Afgelopen week was de Nigeriaanse filosofe Sophie Olúwolé in Nederland. Haar boek over Orunmila en Socrates is onlangs naar het Nederlands vertaald en zij kwam hier haar boek promoten. Ze heeft een opmerkelijk verhaal; ze is in 1935, in het koloniale tijdperk, geboren. Promoveerde als eerste in Sub-Sahara Afrika in de filosofie en ze was de enige vrouwelijke student aan de filosofiefaculteit in Nigeria.

Ze geldt momenteel als een van de belangrijkste filosofen in Afrika, ze heeft baanbrekend werk verricht door de Yoruba taal en de ideeën die daarin schuilen te bestuderen. Ik heb mijn Master scriptie geschreven over Afrikaanse filosofie, en hiervoor ook haar werk bestudeerd. Het was voor mij dan ook een groot genoegen en een grote eer haar te mogen ontmoeten. Daarnaast heb ik in samenwerking met het NiNsee een MasterClass en een publieksavond georganiseerd over haar werk, waar zij kwam vertellen over haar laatste boek.

Ze sprak over haar onderzoek, gendernoties in de Yoruba filosofie, de verschillen in het Westerse en Afrikaanse denken, de stigma op Afrikaanse filosofie. Daarnaast vertelde ze ook leuke verhalen over haar jeugd en hoe ze aan de naam Sophie kwam. Een van mijn favoriete uitspraken van haar die dag ging over het verschil dat zij had opgemerkt in Westerse en Afrikaanse huwelijken. In het Westen kent men dan geen polygamie zoals in veel Afrikaanse culturen, maar zoals ze zei “In the West you marry 1 wife, divorce 10 times”. “Progressive polygamy” noemde ze dit. Het was een succesvolle dag, dat door een divers publiek werd bezocht.

White/Hipster Privilege 

De avond ervoor was heel anders verlopen. Een zekere filosofische instelling, dat zich profileert als levensschool, mede-opgericht door een populaire Britse filosoof, met franchises op verschillende plekken in de wereld, had een lesprogramma met haar georganiseerd waarin zij over haar boek werd geïnterviewd.

Ter aankondiging van het evenement vermeldde de instelling dat Afrika een rijke filosofische traditie heeft die men in het Westen op een andere manier naar zichzelf kan laten doen kijken. Afrikaanse filosofie kan mensen in het Westen tussen alle drukte heen helpen stilstaan bij wat zij zelf en de mensen om hen heen werkelijk voelen. Het gevoel en emotie van Afrika is waar zij het Westen mee kan verrijken, en aan Oluwole de taak deze kennis te komen brengen.

Het werd voor mij al vrij snel duidelijk dat Oluwole daar niet was uitgenodigd als volwaardige academische collega, maar als ‘wijze’ vrouw uit Afrika. Zij en het lesprogramma dat rondom haar boek werd georganiseerd zouden fungeren als een ‘exotisch uitstapje’, voor de groep jonge hoogopgeleide mensen uit de grote stad.

Bij deze aankondiging moest ik denken aan een essay van de Afro-Amerikaanse auteur en activiste Bell Hooks, die in haar essay ‘Eating the other’ het volgende zei: “The contemporary crises of identity in the west, especially as experienced by white youth, are eased when the “primitive” is recouped via a focus on diversity and pluralism which suggests the Other can provide life-sustaining alternatives” en […] “Within commodity culture, ethnicity becomes spice, seasoning that can liven up the dull dish that is mainstream white culture” (Hooks 2015:25).

Het publiek was deze avond minder divers, met aanzienlijk minder mensen die er als haar uitzagen. Het interview begon, dit werd gedaan door de Brits-Nigeriaanse Ikenna Azuike, er werd over haar werk gesproken, maar ook over het koloniaal verleden en de gevolgen ervan. Wat opviel is dat er, na nog niet eens een half uur, mensen weg begonnen te lopen. Verbaasd keek ik om me heen. Deze mensen hadden €42,50 neergelegd voor een kaartje en namen niet eens de moeite om het 2 uur durende programma uit te zitten. Het was beschamend. In de loop van de avond liepen steeds meer mensen vroegtijdig weg.

Midden in het programma werd er een vragenronde ingelast. Een jonge witte vrouw stelde haar een vraag; ze vroeg of het gesprek weer kon gaan over Afrikaanse filosofie, daar was ze namelijk voor gekomen. Het gesprek ging nu vaak over het kolonialisme, over wit en zwart, maar daar was ze niet voor gekomen. Kon het nu alstjeblieft weer alleen over Afrikaanse filosofie gaan. Er brak een ongemakkelijk moment aan.

Was deze jonge vrouw op dat moment haar ‘ally’, bondgenoot in ‘sisterhood’?

Waarom dacht deze jonge vrouw te kunnen leren van Oluwole’s filosofische ideeën zonder te worden geconfronteerd met de harde en pijnlijke werkelijkheid waaruit deze zijn voortgekomen. De achtergrond van waarom de Afrikaanse filosofie systematisch wordt vergeten, waarom het werk van Oluwole wordt vergeten?

Wilde zij de ideeën, of dan in ieder geval bepaalde aspecten ervan, de voordelen eruit kunnen onttrekken, om hier zelf wijzer van te worden, zonder de wortels ervan te kennen? Het was voor haar kennelijk niet belangrijk om de ideeën in context te leren kennen. Zoals Bell Hooks zei: “White folks who do not see black pain never really understand the complexity of black pleasure” (Hooks 2015:158). Of een ander mooi citaat van Hooks: “When race and ethnicity become commodified as resources for pleasure, the culture of specific groups, as well as the bodies of individuals, can be seen as constituting an alternative playground where members of dominating races, genders, sexual practices affirm their power-over in intimate relations with the Other.”

Er volgde helaas nog een nasleep op deze pijnlijke avond. De dag erna ontving ik van deze filosofische instelling een mail genaamd “Sophie zegt sorry”. Hierin bieden zij namens Sophie hun excuses aan voor de avond die niet zo goed was verlopen. Ze wisten dat Oluwole een ingewikkeld accent had (Nigeriaans-Engels) en hadden daarom de presentator Ikenna Azuike gevraagd haar te interviewen. Deelnemers aan de avond werden uitgenodigd voor een gratis ‘class’ inclusief drankje om de teleurstelling te verzachten.

Ik leerde achteraf via haar uitgever dat Oluwole niet op de hoogte was van haar zogenaamde excuses.

Waarom Intersectionaliteit? 

Waarom Intersectionaliteit? Zodat vrouwelijke Afrikaanse academici als Sophie Oluwole als volwaardige collega’s worden gezien, en niet als ‘wijze Afrikaanse vrouwen’.

Dat wat zij te melden hebben, hun ideeën, in hun volledigheid wordt gewaardeerd en erkend, en er niet slechts een vermeende essentie uit wordt getrokken.

Grâce Ndjako

Bronnen:

Hooks, Bell (2015) “Black Looks”

Deze column verscheen eerder op de website van Grâce.

Vervolg protestbrief: antwoord van en aan organisatie G10

A few days ago, SWIP-NL, together with other researchers, sent letters of protest to the organization and speakers of the G10 of Economy and Philosophy 2017. The program presents a predominantly white male line-up. In response, the spokesman of the organization clearly states that he does not share our concern with gender equality and diversity practices – despite the petition and signatures, which began over a year ago:

“To say we need more women or we need more coloured people or whatever is not our aim  and unfortunately not a priority.”

Please take this in consideration when deciding to attend this event as speaker or participant!

We wrote a response to the organizer, which can be found here. Feel free to contribute to the discussion on the page.

« Older Entries