Hypatia-programma 2019: Column Jana Miah

Afgelopen 18 mei verzorgde SWIP-NL het Hypatia-programma 2019 over Sojourner Truth en intersectioneel feminisme. Onderstaand de afsluitende column door agoog Jana Miah.

Tijd voor Intersectionaliteit

door Jana Miah, MA.

Laten we het over de term intersectionaliteit hebben. Het is een concept dat over de voorbije jaren een essentieel deel is geworden van hoe ik de wereld benader. Ik leg graag uit waarom.

Kimberlé Crenshaw, een Amerikaanse juriste en professor, begon de term voor het eerst te gebruiken in de late jaren ’80. Als juriste diende ze het samengaan van verschillende uitsluitingsgronden aan de rechter te bewijzen. Voornamelijk wanneer het rechtszaken met zwarte vrouwen  betrof. Er bleek in die tijd amper een kader te bestaan om aan te tonen dat het samengaan van een bepaald gender en ras zorgt voor extra discriminatie in de maatschappij.

Toen ik tijdens mijn studies het concept van intersectionaliteit leerde kennen ervaarde ik dat als een openbaring. Het is zo vanzelfsprekend en ik schaamde mij erover dat ik hier niet eerder bij stil stond. Bijgevolg moest ik hierdoor mijn feminisme opnieuw overdenken. Wanneer ik over feminisme nadacht, merkte ik, nam ik de witte cultuur als norm. Ik besefte toen niet hoe die eigenlijk voorbijgaat aan de dagdagelijkse belevingen van vrouwen van kleur, aan die van vrouwen in armoede, aan die van vrouwen met beperkingen. Het is heel goed dat we strijden voor het doorbreken van het glazen plafond, maar voor wie voeren we die strijd eigenlijk?

Bell hooks, een Amerikaanse hoogleraar, stelde het zo: “Jarenlang aanschouwde ik de tegenzin van witte feministische denkers om het belang van etniciteit te erkennen. Ik aanschouwde hun weigering om te erkennen dat elke feministische beweging anti-racistisch moet zijn. Want enkel dan is zusterschap mogelijk. Maar ik aanschouwde ook een revolutie  waarin individuele vrouwen hun stem begonnen te gebruiken om witte onderdrukking te ondermijnen. Deze geweldige veranderingen herstelden mijn geloof in de feministische beweging en versterken de solidariteit die ik voel ten aanzien van alle vrouwen.”

We kunnen volgens bell hooks dus niet spreken van een feministische beweging als die niet inherent anti-racistisch is. Vrouwen moeten hun stem gebruiken om uitdrukkelijk tegen de witte patriarchale onderdrukking te spreken in het Westen.

Wat bell hooks schreef is voor mij nu nog steeds relevant. Zogezegde liberale feministen die opkomen voor de rechten van de vrouw, maar haar ondertussen wel de hoofddoek ontnemen, haar in de politiek geen stem geven, en haar in hun denktanks niet betrekken, zijn in mijn ogen geen feminist te noemen.

Lang heb ik gedacht dat die identiteitskenmerken niet belangrijk zijn. Dat waren ze althans niet in mijn leven. En nu snap ik beter waarom. Ik werd opgevoed in een warme en open-minded omgeving. Ik heb nooit gevoeld wat het is om arm te zijn. Ik heb tot op heden geen beperkingen. Ik kreeg de kans om hogere studies aan te vatten. Toch ervaar ik af en toe ook een anders-zijn. Mensen zien mij door mijn huidskleur soms als niet-Belg. En ik heb niet het gevoel dat ik overal mezelf kan zijn door mijn seksuele oriëntatie. We moeten die complexe situaties leren benoemen en herkennen.

Het blijft me ook verbazen hoe mensen andere mensen zo makkelijk in categorieën opdelen. Iemand is ‘een’ migrant, gehandicapt, moslim,… alsof een persoons identiteit volledig door dat ene kenmerk kan samengevat worden. In 2002 schreef Helma Lutz, professor in de sociologie in Frankfurt, dat intersectionaliteit het denken over verscheidenheid is. Het gaat uit van een verbondenheid van dimensies die mensen doen verschillen van elkaar. We staan niet los van elkaar in de samenleving, maar we worden net geordend door onze kenmerken. Hiermee geeft ze duidelijk aan dat mensen niet op te delen zijn in aparte categorieën.

Als mens zijn we geen optelsom van dingen. We zijn geen apart te benaderen categorieën. We zijn complex, we zijn een soort van heerlijke cake met verschillende ingrediënten. Je kan die ingrediënten niet apart van elkaar kan zien. We bestempelen cake ook niet gewoon als ‘bloem’ of ‘eieren’. Een cake is veel meer dan dat. Laten we dat dan ook niet bij mensen doen. En ja, soms is het nodig om de ingrediënten te beschrijven, om te kijken waarom een bepaalde cake in onze maatschappij hoger wordt gewaardeerd dan een andere. En laten we dan uiteindelijk beseffen, dat cake cake is. Dat we allemaal mensen zijn. Dat we samen moeten vechten voor die gelijkwaardigheid, door problemen te benoemen. Door mensen samen te erkennen.

Voor wie kom ik precies op? Bijvoorbeeld tijdens mijn werk bij een LGBT koepel. Voor mensen die niet voldoen aan de gendernorm? Kom ik ook op voor mensen van de laagste klasse? Voor mensen met een beperking? Heb ik gedacht aan het feit dat misschien niet iedereen Nederlands spreekt? Tijdens het open onthaal dat ik tijdens mijn baan openhoud, ontmoet ik veel mensen, ook de meest kwetsbaren. Dakloze personen, mensen die pas vanuit een ander land naar België geïmmigreerd zijn, mensen die psychisch kwetsbaar zijn. Dit zorgt ervoor dat ik niet anders kan dan ook voor hen opkomen. Ik deed het niet vanzelfsprekend, mijn ogen moesten geopend worden. Matsuda, Amerikaans advocaat, activist, en professor, benoemde dit in de jaren ‘90 als het stellen van ‘the other question’ of de andere vraag. Als we nadenken over uitsluiting en discriminatie zoals racisme bijvoorbeeld. Dan kunnen we onszelf de vraag stellen: welke andere discriminatiegronden spelen hier nog? Is er hier ook sprake van seksisme? Is er hier ook discriminatie op basis van sociale klasse? Zo kunnen we stapje voor stapje onze blinde vlekken wegwerken.

Ik moet toegeven, het geeft me ook wel stress. Hoe kan ik niemand vergeten? Gelukkig hoef ik hier niet alleen over na te denken. Meer nog: dat zou compleet belachelijk en ongepast zijn. We moeten mensen blijven uitnodigen om de denkoefening met ons te maken. Want intersectionaliteit gaat voor mij net over je blik verruimen. Het gaat over mensen erkennen, die voorheen niet erkend werden. Alleen zo kunnen we machtsstructuren doorbreken. Want zoals Crenshaw ook stelt: “if there is no name for a problem, you can’t solve it.”

Ik wil dat het normaal is om intersectioneel te denken. Ik wil dat het normaal is om intersectioneel te handelen. Ik wil dat we de witte middenklasse norm doorbreken. Dat we het allemaal doen. Dat mensen die zich bevinden op het kruispunt van verschillende onderdrukkende identiteitskenmerken de voorgrond nemen. Ik wil méér luisteren en méér leren. Hopelijk jullie ook.

 

Jana Miah, MA studeerde agogische wetenschappen en gender studies en werkt momenteel als gelijke kansenmedewerker bij Casa Rosa, een koepelorganisatie van Oost-Vlaamse LGTBQ+verenigingen. Vanuit haar feministische blik op het leven zal Miah haar visie op intersectionaliteit delen.

 

Reactie