SWIP-NL ledeninterview 4: Liesbeth Schoonheim

Liesbeth_schoonheim

 

Wie of wat in de filosofie heeft je geïnspireerd?

Mag ik die vraag ook in het meervoud herformuleren? Er is niet een eenduidige oorsprong van mijn interesse in filosofie, maar een veelvoud aan momenten die me motiveerden om te doen wat ik nu doe. Dat zijn uiteenlopende momenten, zoals de handbewegingen van mijn lerares filosofie in het middelbaar en haar blik die suggereerde dat zij meer in het gesprek van haar studenten hoorde dan wij zelf, of de anecdote van een vriend die plots een ander en helderder licht wierp op een tekst die ik kort daarvoren las, of het argument en de woordkeuze waarmee een auteur me vastgrijpt en niet meer loslaat.

 

Speelt feminisme een rol in je werk?

Absoluut! Zeker in de politieke en sociale filosofie is het van belang om je kritisch te verhouden tot je eigen ervaringen aangezien die de achtergrond vormen van je denken – in mijn geval, de ervaringen van een blanke vrouw met een middenklasse achtergrond en een ‘normaal’ lichaam. Daarnaast ben ik ervan overtuigd dat de gebieden die doorgaans tot de marge van filosofie worden gerekend – feministische theorie, critical theory of race – juist vanwege hun zogenaamde marginaliteit aan de kern van het filosofische project raken: ze stellen in vraag hoe we denken, en hoe we denken over de geschiedenis van het denken. Meer concreet richt mijn onderzoek zich op het werk van Hannah Arendt – een zelf-benoemd tegenstander van de feministen van haar tijd wier denken over ras vaak wat kort door de bocht is, maar die desalniettemin in een spannende dialoog gebracht kan worden met hedendaagse auteurs. Daarvoor lees ik bijvoorbeeld Judith Butler, Sara Ahmed en Linda Martín Alcoff.

 

Waar ben je het meest trots op?

Waar ik blij mee ben is de verscheidenheid aan wijzen van filosofische bevraging waarvan ik me nu kan bedienen. Wanneer we filosofie conceptualiseren denken we vaak aan een dialoog, maar die dialoog kan veel verschillende vormen aannemen, waarbij de vragen uiteenlopende doelen en relaties tot stand brengen. Sommige vragen zijn gekenmerkt door de dwingelandij die eigen is aan de poging een canonieke auteur een vraag te beantwoorden die ik stel maar niet de auteur zelf; sommige door de nieuwsgierigheid die hoort bij een vraaggesprek onder gelijken; weer andere door de bemoediging waarmee ik studenten probeer aan te sporen hun gedachten verder te ontwikkelen. Om daarin te kunnen schakelen en kritisch te blijven zonder simpelweg je gesprekspartner onder de tafel te praten is een grote verworvenheid, en één die ik hoop eigen te hebben gemaakt!