SWIP-NL ledeninterview 7: Heidi Dorudi

Wie of wat in de filosofie heeft je geïnspireerd?

Allereerst mijn leraar en inmiddels dierbare vriend Dr. Victor Kal. Van hem heb ik geleerd wat metafysica is en dat metafysica de hoeksteen is van werkelijk kritisch denken. Hij zei altijd dat je pas kritisch kunt denken als je je kwetsbaar opstelt. Dat wil zeggen dat je je oefent in bescheidenheid waardoor je altijd kritisch blijft, vooral tegenover je eigen meningen en vooroordelen. En om kritisch en dus kwetsbaar te zijn, heb je een maatstaf nodig. Eentje die extern is aan de mens en zodoende nooit gecorrumpeerd kan worden. De andere leraren — die ik ook mijn dode oude vrienden noem — zijn onder andere Socrates, Hannah Arendt, Friedrich Nietzsche, Edward Said, Walter Benjamin en Søren Kierkegaard. Maar ook Martin Heidegger. Van hen allemaal heb ik leren denken.

Speelt feministische filosofie een rol in je werk?

Feministische filosofie speelt zeker een zeer belangrijke rol, omdat het daarbij gaat om maatschappijkritische theorieën. En daar zit dus weer het kritische element. Waar het om gaat is dat we nog steeds in een dominant patriarchale wereld leven. Al identificeer ik me niet met de vrouwelijke genderrol, toch percipieert de wereld mij wel als zodanig. Om echter mijn vrijheid te cultiveren en zelf invulling aan te geven, moet ik continu kritisch zijn over de mythes die er bestaan over ‘de vrouw’ waar dan ook ter wereld. De kritische theorie die ik sinds een tijdje als een van de meest waardevolle beschouw, is intersectionaliteit. Het is een denkinstrument om de verborgen machtsstructuren bloot te leggen die te maken hebben met stereotyperingen rondom identiteiten die op mensen worden geplakt, zoals ‘vrouw’, ‘zwart’, ‘lesbisch’, ‘moslim’, ‘allochtoon’ etc. Een ander woord voor stereotypering is ontmenselijking, want als je alleen gezien wordt als een stereotype, dan wordt je menselijkheid ontkend. En dit heeft grote gevolgen voor de levensmogelijkheden van mensen. Het is door en door onrechtvaardig en intersectionaliteit maakt deze onrechtvaardigheid zichtbaar.

Waar ben je het meest trots op?

Dat ik op mijn 45ste het besluit nam om weer te gaan studeren en dit besluit ook heb doorgevoerd. Het was de beste beslissing van mijn leven. Door de studie wijsbegeerte heb ik een hoop inzichten erbij gekregen, omdat ik heb leren werkelijk kritisch te denken. Bovendien heeft deze studie mijn leven op veel niveau’s rijker gemaakt: heel veel nieuwe waardevolle vriendschappen die ik niet meer wil missen, een volledig andere kijk op de wereld en haar geschiedenis, een nog grotere drang naar een rechtvaardige wereld en de moed om mijn stem te laten horen en dus mee te praten en beslissend zijn in de manier hoe de wereld wordt vormgegeven. Daarbij oriënteer ik mij op rechtvaardigheid en vrijheid. Dat meepraten realiseer ik door te schrijven, te publiceren en me zodoende te mengen in wat ‘het publieke debat’ wordt genoemd.