Mededelingen

SERIE: SWIP-NL Ledeninterviews

We stellen elk lid van de Society for Women in Philosophy dezelfde drie vragen. Maak kennis met de vrouwelijke filosofen in ons land: De academici, de filosofisch consulenten, de publieksfilosofen, de journalisten en natuurlijk de aanstormende talenten.

 

Deel 2: Charlotte Vyt

 

1) Wie of wat in de filosofie heeft je geïnspireerd?

Iets in de filosofie dat me momenteel heel hard inspireert is een citaat van Maria Lugones: “when I do not see plurality stressed in the very structure of a theory, I know that I will have to do lots of acrobatics – like a contortionist or tightrope walker – to have this theory speak to me without allowing the theory to distort me in my complexity” (McHugh 2007, 98). Een politieke filosofische theorie moet objectiviteit en subjectiviteit weten te combineren. Het moet zich ergens tussen het abstracte en relatieve kunnen situeren. In mijn werk probeer ik dit te handhaven. Ik vind filosofie van uiterst belang omdat het zulke dialogen mogelijk maakt en nieuwe denkwijzen kan stimuleren in andere maatschappelijke domeinen.

 

2) Speelt feministische filosofie een rol in je werk? (Of: Maakt het volgens jou voor je werk uit dat je vrouw bent?)

Ja, feministische filosofie speelt een belangrijke rol in mijn academisch werk. Ik heb pas vrij laat kennis gemaakt met deze denkwijze aangezien mijn lessen die dimensie niet aankaartte spijtig genoeg. Maar zowel mijn master thesis als mijn MPhil thesis waren gerelateerd aan feministische filosofie.

Ik vind het trouwens onvoorstelbaar dat de 21ste eeuw een hele dimensie van die denkgeschiedenis nog steeds negeert. Ik ben vooral geïnteresseerd in intersectionaliteit en de politieke aanpak daarvan.

 

3) Waar ben je het meest trots op? (Hoeft niet alleen werk te betreffen.)

Ik werk sinds een paar maanden in een vluchtelingencentrum en ik heb het gevoel eindelijk ‘theorie’ in praktijk te kunnen omzetten. Daar ben ik best trots op. De vluchtelingencrisis in Europa moet goed aangepakt worden als we een coherente en ware multiculturele samenleving willen aangaan. Dat moet nu gebeuren, aan de fundaties, en ik heb het gevoel iets concreets te kunnen betekenen in die context.

Mijn filosofische achtergrond wordt niet expliciet aangekaart maar hij is elke minuut impliciet aanwezig omdat hij me duidelijk laat zien waar verandering nodig is. De filosofie heeft me kritischer gemaakt en me doen realiseren dat iets anders mogelijk is. Tegelijkertijd heeft het ze ook een afkeer gegeven van de academische wereld waar discussies soms vastlopen en alleen ‘specialisten’ impliceren. Ik realiseer nu meer en meer dat sommige discussies in een andere context moeten plaatsvinden. Verder weg van de universiteit en haar specialisten. Meer te midden van de maatschappij zodat het objectieve en subjectieve van de mens en de situatie kunnen samenvloeien.

 

 

Deel 1: Daan Roovers

daan Roovers

 

Wie of wat in de filosofie heeft je geïnspireerd?

Eigenlijk vooral mijn eerste docent, Harm Boukema, uit Nijmegen. Hij zei: ‘filosofie is de strijd tegen de vooroordelen’. Een mooiere definitie, en tegelijkertijd een mooiere ambitie ben ik later eigenlijk nooit meer tegengekomen.

 

Speelt feministische filosofie een rol in je werk? Of, maakt het volgens jou voor je werk uit dat je vrouw bent?

Filosofie is niet echt een ‘vrouwenvak’. In Nijmegen hadden we amper vrouwelijke docenten, behalve bij het vak vrouwenstudies en een enkele gastdocent. Ik heb me daar niet door laten weerhouden, en mezelf altijd gezien als ‘one of the guys’. Is dat jammer? Misschien, maar mij heeft het gelukkig niet weerhouden. Ik ben me daardoor, na mijn studie, wel als inhaalslag met vrouwen in de filosofie gaan bezighouden, want die bleken er weldegelijk te zijn, zodat het inmiddels een soort van ‘specialisme’ van me is geworden. Maar ik kan niet wachten tot de situatie waarin vrouwelijke denkers een gewoon onderdeel van het curriculum gaan vormen, en ze een normale stem krijgen in het filosofisch debat, al zal dat nog wel een generatie duren.

Toen ik een jaar geleden aan mijn zoon (toen 7) vroeg of hij later misschien filosofie wilde gaan studeren zei hij: ‘Nee, ik denk het niet. Dat vind ik meer iets voor meisjes…’ Haha, dat vond ik erg hoopvol!

 

Waar ben je het meest trots op?

Ik heb nu 20 jaar gewerkt aan wat we in Nederland ‘publieksfilosofie’ zijn gaan noemen. Er is een enorme beweging die de traditie van de filosofie beschikbaar maakt voor een breed publiek: voor leken, voor jongeren, op scholen. Dat is een ongekende prestatie! Daarmee is Nederland echt internationaal koploper. Filosofie is een innovatieve topsector!

 

 

Reactie