Waarom Intersectionaliteit? – column door Grâce Ndjako bij Vrouwenlogica V

Afgelopen maandag stond het publieksprogramma over en door vrouwen in de filosofie Vrouwenlogica in het teken van intersectionaliteit. Onderstaande column werd uitgesproken door filosoof Grâce Ndjako, ter afsluiting van het programma.

Over het bezoek aan Nederland van de Nigeriaanse filosoof Sophie Olúwolé, hoe zij werd gepresenteerd, hoe er voor haar werd gesproken en wat bell hooks hierover te zeggen zou hebben. Een pleidooi voor een intersectionaliteit.

 

Waarom Intersectionaliteit?

door Grâce Ndjako – bij Vrouwenlogica V, 29 mei 2017 in De Nieuwe Liefde, Amsterdam

 

Velen van ons zijn bekend met de stereotypen en stigma’s die er op werkende vrouwen worden geplaatst, en de verwachtingen die hen worden opgelegd.

Dat zij bijvoorbeeld veel vaker opmerkingen krijgen over hun uiterlijk en zich veel vaker van hun uiterlijk bewust zijn. Dat ze opmerkingen krijgen als “U kijkt zo lief”. Of hoe ze als meedogenloze krengen worden afgeschetst als ze ambitieus zijn, à la Miranda Priestley, het personage dat Meryl Streep speelt in ‘The Devil wears Prada’.

Maar daarnaast zijn er vrouwen die daarbij ook nog last hebben van stereotypen die over hen bestaan, die er niet bestaan voor andere vrouwen en stigma’s die op hen zijn geplaatst die niet op andere vrouwen worden geplaatst. Men koestert van deze vrouwen verwachtingen die men niet van andere vrouwen koestert.

In hun gevallen zijn het dan niet alleen mannen die zich hier schuldig aan maken, maar ook vrouwen die niet dezelfde kenmerken hebben als zij.

Ik wil het nu over één zo’n vrouw hebben.

Sophie Olúwolé 

Afgelopen week was de Nigeriaanse filosofe Sophie Olúwolé in Nederland. Haar boek over Orunmila en Socrates is onlangs naar het Nederlands vertaald en zij kwam hier haar boek promoten. Ze heeft een opmerkelijk verhaal; ze is in 1935, in het koloniale tijdperk, geboren. Promoveerde als eerste in Sub-Sahara Afrika in de filosofie en ze was de enige vrouwelijke student aan de filosofiefaculteit in Nigeria.

Ze geldt momenteel als een van de belangrijkste filosofen in Afrika, ze heeft baanbrekend werk verricht door de Yoruba taal en de ideeën die daarin schuilen te bestuderen. Ik heb mijn Master scriptie geschreven over Afrikaanse filosofie, en hiervoor ook haar werk bestudeerd. Het was voor mij dan ook een groot genoegen en een grote eer haar te mogen ontmoeten. Daarnaast heb ik in samenwerking met het NiNsee een MasterClass en een publieksavond georganiseerd over haar werk, waar zij kwam vertellen over haar laatste boek.

Ze sprak over haar onderzoek, gendernoties in de Yoruba filosofie, de verschillen in het Westerse en Afrikaanse denken, de stigma op Afrikaanse filosofie. Daarnaast vertelde ze ook leuke verhalen over haar jeugd en hoe ze aan de naam Sophie kwam. Een van mijn favoriete uitspraken van haar die dag ging over het verschil dat zij had opgemerkt in Westerse en Afrikaanse huwelijken. In het Westen kent men dan geen polygamie zoals in veel Afrikaanse culturen, maar zoals ze zei “In the West you marry 1 wife, divorce 10 times”. “Progressive polygamy” noemde ze dit. Het was een succesvolle dag, dat door een divers publiek werd bezocht.

White/Hipster Privilege 

De avond ervoor was heel anders verlopen. Een zekere filosofische instelling, dat zich profileert als levensschool, mede-opgericht door een populaire Britse filosoof, met franchises op verschillende plekken in de wereld, had een lesprogramma met haar georganiseerd waarin zij over haar boek werd geïnterviewd.

Ter aankondiging van het evenement vermeldde de instelling dat Afrika een rijke filosofische traditie heeft die men in het Westen op een andere manier naar zichzelf kan laten doen kijken. Afrikaanse filosofie kan mensen in het Westen tussen alle drukte heen helpen stilstaan bij wat zij zelf en de mensen om hen heen werkelijk voelen. Het gevoel en emotie van Afrika is waar zij het Westen mee kan verrijken, en aan Oluwole de taak deze kennis te komen brengen.

Het werd voor mij al vrij snel duidelijk dat Oluwole daar niet was uitgenodigd als volwaardige academische collega, maar als ‘wijze’ vrouw uit Afrika. Zij en het lesprogramma dat rondom haar boek werd georganiseerd zouden fungeren als een ‘exotisch uitstapje’, voor de groep jonge hoogopgeleide mensen uit de grote stad.

Bij deze aankondiging moest ik denken aan een essay van de Afro-Amerikaanse auteur en activiste Bell Hooks, die in haar essay ‘Eating the other’ het volgende zei: “The contemporary crises of identity in the west, especially as experienced by white youth, are eased when the “primitive” is recouped via a focus on diversity and pluralism which suggests the Other can provide life-sustaining alternatives” en […] “Within commodity culture, ethnicity becomes spice, seasoning that can liven up the dull dish that is mainstream white culture” (Hooks 2015:25).

Het publiek was deze avond minder divers, met aanzienlijk minder mensen die er als haar uitzagen. Het interview begon, dit werd gedaan door de Brits-Nigeriaanse Ikenna Azuike, er werd over haar werk gesproken, maar ook over het koloniaal verleden en de gevolgen ervan. Wat opviel is dat er, na nog niet eens een half uur, mensen weg begonnen te lopen. Verbaasd keek ik om me heen. Deze mensen hadden €42,50 neergelegd voor een kaartje en namen niet eens de moeite om het 2 uur durende programma uit te zitten. Het was beschamend. In de loop van de avond liepen steeds meer mensen vroegtijdig weg.

Midden in het programma werd er een vragenronde ingelast. Een jonge witte vrouw stelde haar een vraag; ze vroeg of het gesprek weer kon gaan over Afrikaanse filosofie, daar was ze namelijk voor gekomen. Het gesprek ging nu vaak over het kolonialisme, over wit en zwart, maar daar was ze niet voor gekomen. Kon het nu alstjeblieft weer alleen over Afrikaanse filosofie gaan. Er brak een ongemakkelijk moment aan.

Was deze jonge vrouw op dat moment haar ‘ally’, bondgenoot in ‘sisterhood’?

Waarom dacht deze jonge vrouw te kunnen leren van Oluwole’s filosofische ideeën zonder te worden geconfronteerd met de harde en pijnlijke werkelijkheid waaruit deze zijn voortgekomen. De achtergrond van waarom de Afrikaanse filosofie systematisch wordt vergeten, waarom het werk van Oluwole wordt vergeten?

Wilde zij de ideeën, of dan in ieder geval bepaalde aspecten ervan, de voordelen eruit kunnen onttrekken, om hier zelf wijzer van te worden, zonder de wortels ervan te kennen? Het was voor haar kennelijk niet belangrijk om de ideeën in context te leren kennen. Zoals Bell Hooks zei: “White folks who do not see black pain never really understand the complexity of black pleasure” (Hooks 2015:158). Of een ander mooi citaat van Hooks: “When race and ethnicity become commodified as resources for pleasure, the culture of specific groups, as well as the bodies of individuals, can be seen as constituting an alternative playground where members of dominating races, genders, sexual practices affirm their power-over in intimate relations with the Other.”

Er volgde helaas nog een nasleep op deze pijnlijke avond. De dag erna ontving ik van deze filosofische instelling een mail genaamd “Sophie zegt sorry”. Hierin bieden zij namens Sophie hun excuses aan voor de avond die niet zo goed was verlopen. Ze wisten dat Oluwole een ingewikkeld accent had (Nigeriaans-Engels) en hadden daarom de presentator Ikenna Azuike gevraagd haar te interviewen. Deelnemers aan de avond werden uitgenodigd voor een gratis ‘class’ inclusief drankje om de teleurstelling te verzachten.

Ik leerde achteraf via haar uitgever dat Oluwole niet op de hoogte was van haar zogenaamde excuses.

Waarom Intersectionaliteit? 

Waarom Intersectionaliteit? Zodat vrouwelijke Afrikaanse academici als Sophie Oluwole als volwaardige collega’s worden gezien, en niet als ‘wijze Afrikaanse vrouwen’.

Dat wat zij te melden hebben, hun ideeën, in hun volledigheid wordt gewaardeerd en erkend, en er niet slechts een vermeende essentie uit wordt getrokken.

Grâce Ndjako

Bronnen:

Hooks, Bell (2015) “Black Looks”

Deze column verscheen eerder op de website van Grâce.

Vrouwenlogica V over intersectionaliteit en hokjesdenken

Gender, huidskleur, leeftijd, inkomen, geaardheid, religie, accent, beperking – het beïnvloedt allemaal hoe mensen jou beoordelen en behandelen. En dus ook of jij die baan krijgt of iemand anders met hetzelfde CV.

Mensenrechtenactivist Kimberlé Crenshaw beschreef dit met de term intersectionaliteit, die zij in de jaren ’80 ontwikkelde in de strijd voor rechten van zwarte vrouwen. Zij liet zien hoe seksisme en racisme vaak afzonderlijk bevochten worden – bijvoorbeeld in wetten tegen discriminatie. Intersectionaliteit is de theorie dat de institutionele doorwerking van vooroordelen en oude patronen rondom onze individuele aspecten elkaar juist kruisen en versterken.

Intersectioneel denken en doen betekent dan: analyseren welke privileges of achterstand aspecten als islamitisch, laagopgeleid, jong, cisgender, zwart of Aziatisch en hun combinaties opleveren. En hoe we daar in ons handelen rekening mee kunnen houden. Hokjesdenken 2.0.

Tijdens Vrouwenlogica V: Intersectionaliteit – hokjesdenken 2.0 onderzoeken we hoe intersectionaliteit concreet werkt. Hoe pak je dingen zelf intersectioneel aan – tijdens werk, op straat, in het café? Vrouwelijke filosofen en ervaringsdeskundigen gaan in gesprek over hoe hokjes doorwerken in onze samenleving en wat we kunnen doen om scheve verhoudingen recht te zetten.
Dit programma is een samenwerking van SWIP-NL, De Nieuwe Liefde en VG Amsterdam.

Datum: maandag 29 mei 2017
Tijd: 20.00 tot 22.30 uur
Locatie: De Nieuwe Liefde, Da Costakade 102, Amsterdam
Aanmelden en kaartverkoop: De Nieuwe Liefde

Karen Vintges geeft eerste Hypatia-lezing

Op 29 april houdt Karen Vintges de eerste Hypatia-lezing: ‘Simone de Beauvoir en de supervrouw: feminisme versus neoliberalisme’.

Zij gaat in op de kritiek van Simone de Beauvoir op de supervrouw die perfectie en persoonlijk succes nastreeft op elk gebied. Dit neoliberaal persoonsmodel verspreidt zich vandaag over de wereld als de zoveelste mythe over de vrouw. Volgens De Beauvoir gaat feminisme niet over persoonlijk succes en carrière maar over een samenleving waarin solidariteit en betrokkenheid centraal staan. Feminisme vanuit marktdenken leidt ertoe dat feminisme alles kan zijn, van paaldansen tot carrière maken. De Beauvoirs kritische feminisme kan ons weer inspireren tot werkelijk engagement.

De Hypatia-lezing is een initiatief van SWIP-NL, Society for Women in Philosopy. Met het instellen van deze jaarlijkse lezing wil de vereniging voor vrouwen in de filosofie een podium bieden aan vrouwelijke filosofen die werkzaam zijn in Nederland en Vlaanderen.

In 2018 zal voor het eerst de tweejaarlijkse Hypatia-prijs worden uitgereikt aan het beste filosofische werk geschreven door een vrouw. Hypatia (ca 355-415) was een Griekse filosofe, befaamd om haar wiskundige en astronomische kennis. Tegenwoordig fungeert ze als symbool van het feminisme.

Karen Vintges is sociaal en politiek filosoof aan de Universiteit van Amsterdam.
Deze lezing is tevens de presentatie van haar nieuwe boek A New Dawn for the Second Sex: Women’s Freedom Practices in World Perspective. Amsterdam University Press, 216 p., ISBN 9789089646026.

U bent van harte welkom op 29 april!

Locatie: Theater Perdu
Adres: Kloveniersburgwal 86, Amsterdam
Tijd: 14.00 uur tot 16.00 uur. Inloop vanaf 13.30 uur.
Toegang: gratis. Graag wel even aanmelden via info@swip-filosofie.nl.

Over ‘A New Dawn for the Second Sex’:
To what extent is Simone de Beauvoir’s study The Second Sex still relevant? From her work it emerges that patriarchy is a many-headed monster. Over the past decades, various heads of this monster have been slayed: important breakthroughs have been achieved by and for women in law, politics, and economics. Today, however, we witness movements in the opposite direction, such as a masculinist political revival in different parts of the world, the spread of the neoliberal myth of the Super Woman, the rise of transnational networks of trafficking in women and children, and a new international ‘Jihadism’. This suggests that patriarchy is indeed a Hydra: a multi-headed monster that grows several new heads every time one head is cut off. Since different – often hybrid – heads of patriarchy dominate in different settings, feminism requires a variety of strategies. Women’s movements all over the world today are critically creating new models of self and society in their own contexts. Drawing on notions of Beauvoir, as well as Michel Foucault, this book outlines a ‘feminism in a new key’ which consists of women’s various freedom practices, each hunting the Hydra in their own key – but with mutual support.

Vervolg protestbrief: antwoord van en aan organisatie G10

A few days ago, SWIP-NL, together with other researchers, sent letters of protest to the organization and speakers of the G10 of Economy and Philosophy 2017. The program presents a predominantly white male line-up. In response, the spokesman of the organization clearly states that he does not share our concern with gender equality and diversity practices – despite the petition and signatures, which began over a year ago:

“To say we need more women or we need more coloured people or whatever is not our aim  and unfortunately not a priority.”

Please take this in consideration when deciding to attend this event as speaker or participant!

We wrote a response to the organizer, which can be found here. Feel free to contribute to the discussion on the page.

Antwoord aan organisatie G10 – ons commentaar

A few days ago, SWIP-NL, together with other researchers, sent protest letters to the organization and speakers of the G10 of Economy and Philosophy 2017. The program presents a predominantly white male line-up. In response, the spokesman of the organization, Boudewijn Richel, clearly states that he does not share our concern with gender equality and diversity practices:

To say we need more women or we need more coloured people or whatever is not our aim  and unfortunately not a priority.

Since, so often, these important discussions remain in the private realm, we decided to respond publicly in hopes of starting a broader discussion. We also cite passages from Richel’s letter in order to clarify our response and comments. (The citations in our text are literal quotations from Richel’s response to our protest letter. We chose not to publish the entire response.) Feel free to contribute to the discussion in comments to this post.

 


 

Here’s how Richel’s response started:

“Dear feminists! Again We are confronted with strange voices and obviously you have not learned from the detailed letter our *** coorganiser of the G10 has written to you Last year!” 

Dear Mr. Richel – These “strange voices” are merely the voices of people who share their concerns. In our view, it is you who did not learn from last year, when we raised the same problem about the all male and all white line up.

In defense, Richel exclaims:

You are attacking a basic female organisation, I am the only man! 

The fact that Richel is the only male organizer in the apparently tripartite organization is of course by no means an excuse for the lack of diversity and gender equality in the program. The presence of women in an organization does not imply concern for diversity or knowledge of implicit bias in selecting speakers.

Richel explains that gender and diversity practices are not a concern, nor a priority of the G10: “The G10 is not a political vehicle to promote or disagree with any political ideas  whatsoever . It is founded for the investigation of new ideas and follows the rules of science not the rules of gender politics  So  to say we need more women or we need more coloured people or whatever is not our aim and unfortunately not a priority.

He seems unaware of the fact that, in looking for new ideas, people tend often to overlook those written by persons who are not white, male, heterosexual – and our list could go on.

Mr. Richel – Since you bring up the subject of “science” we would invite you to take some of these scientific tests on implicit bias: https://implicit.harvard.edu/implicit/selectatest.html.

According to Richel, our criticism is not realistic: 

“I think one has to face also a bit reality. There is only one Zizek and one Sloterdijk and they are not from Holland unfortunately . and  their is only one Siedentop and we choose the two best dutch commentators to be part of the discussions unfortunately for them they are males.” 

“One has to face a bit reality.” Indeed, Mr. Richel. The reality is that women and non-white people are generally not on a person’s radar when selecting speakers for an event, especially in the fields of philosophy or economics. The reality is that this also impedes the process of choosing “the two best dutch commentators”. We would have gladly assisted you in finding speakers, as we offered to do last year.

Generally, the topic of the G10 is the Future. Most philosophers and economists write and speak with an eye on the future. We are convinced that, if one would want to present an actual panoptic of what philosophers and economists have to say about the future in 2017 – and, therefore, give your audience what they are coming for – this can only be done if the criterium for selecting speakers is inclusive.

Mr. Richel furthermore suggests that we can discuss gender politics with other women philosophers:

“We booked for next year already an american Female ***, with her you can discuss all gender politics as you might know she does that much better as i can do.” 

In all honesty, we think that in his response, Mr. Richel clarifies very aptly why he himself might want to discuss gender politics with someone more knowledgeable than himself – whether or not a “Female”.

Finally, Richel brings in a financial argument. He writes that diversity practices are a concern for students who go to funded universities; not for privately funded organizations such as the G10, which after all not supposed to worry about equal representation:

Young dutch students go for almost free to university and therefore you might think it would be nice if we could promote a bit more coloured people from Africa or so since in case.  The G10 has no funds anymore Government will donate money  as she does with your university and the payment of your study. The G10 is a privately funded forum…

In the same paragraph, he also reiterates the point that the selection procedure has been based on what, earlier on in the letter, he called “scientific” criteria, rather than political support for “minorities”: the organizers have looked for “quality” only.

Richel signs the letter with the request to share it with others: “Thank you very much for your consideration and it would be most helpful and honest if you send my answer attached to  your letter to for instance to *** whom you addressed already on saturday evening without asking for our answer and to others you might consider !

sincerely yours ,

The only man in The G10 organisation who was awake on saturdayevening

Boudewijn Richel

 

Despite the petition and signatures, the organization G10 clearly states that gender equality & diversity practices simply have no priority. Please take this in consideration when deciding to attend this event as speaker or participant. Feel free to share your thoughts and continue the discussion!

 

 

protestbrief aan sprekers G10 van de Economie en Filosofie

Eerder publiceerden we al de protestbrief aan de organisatie van de G10 van de Economie en Filosofie, 2017, i.v.m. het gebrek aan diversiteit aan sprekers.

Wij schreven ook de sprekers aan, voor zover wij over hun email-adressen beschikking hadden. Hieronder de brief.

 

Onderwerp: Lack of diversity at G10 of Economy and Philosophy

 

Dear xxxx

 

Next week, you will be participating in the G10 van de Economie en de Filosofie in Amsterdam. As you can see here the G10 has invited seventeen male speakers and one female, almost all of them white. The two women whose pictures are prominently featured on the event’s website are moderators.

 

Last year this organization had a similarly all-male line-up. This motivated two female PhD students to write a letter to the organizers stating that “a platform that proposes to present progressive views on our future lacks speakers from the group that represents half of the world population.” The letter (which can be read here) was signed by almost 400 people inside and outside academia. And while the organizer, Boudewijn Richel, initially replied that there “are hardly any women in economics and philosophy” eventually something did change. When Yanis Varoufakis, one of the event’s main guests, signed the letter and withdrew from the festival, women were hastily added to the program and took part in the discussions via Skype. (A Dutch press release about the 2016 events can be found here)

 

It’s astounding and very discouraging that the G10 has not learned anything from last year’s mistakes. We cannot, as we did last year, assume that the organizers simply forgot to think about implicit bias or a fair representation of society. We have sent the organizers of the G10 a letter of protest, but since they seem to have disregarded all points of criticism brought up last year, we have chosen also to contact the participants directly. Please consider if you want to contribute to an event that shows no concern for gender equality and diversity. It would be wonderful if you, as invited speakers. could take up the challenge of convincing the G10 of the importance of these topics.

 

Kind regards,

 

Anna Blijdenstein, Ph.D. candidate philosophy (University of Amsterdam)

 

Marieke Krijnen, postdoc (Orient-Institut Beirut)

 

Laura Karreman Lecturer Media and Culture Studies (Utrecht University), Ph.D. candidate in Art, Music and Theatre Studies (Ghent University)

 

On behalf of the board of Society for Women in Philosophy (NL):

 

Anya Topolski, assistant professor in political theory and philosophy (Radboud University, Nijmegen)

 

Roos van Unen, MA-student Philosophy (Vrije Universiteit)

 

Joyce Pijnenburg, lecturer in philosophy (independent), Ph.D. candidate (University of Amsterdam)

 

Protestbrief G10 van de Economie en Filosofie 2017

Ook dit jaar heeft de G10 van de Economie en Filosofie weer te weinig vrouwen uitgenodigd.

Met Anna Blijdenstein, Laura Karreman en Marieke Krijnen stelden we deze protestbrief op.

 

Dear G10 organisers,

 

The G10 Festival of Economics & Philosophy, branded as ‘Scouting for the future’, has 17 male speakers and only 1 female speaker. While the website’s homepage includes photographs of two women, they are relegated to the role of moderators. Last year your organization had a similarly all-male line-up. This motivated two female PhD students to write a letter bringing to your attention the importance of gender equality and diversity. The letter was signed by almost 400 people inside and outside academia and, after one of your main guests resigned, led to some changes made in the program.

It is astounding and very discouraging that the G10 has not learned from last year’s mistakes. We are shocked that a platform that purports to present progressive views on our future lacks speakers from the group that represents half of the world population. In addition, 17 of the 18 speakers are white. This shows little comprehension of our society, which is characterized by a diverse reality. A festival like this should be trusted to aim for a more representative depiction of this reality.

We hope that you do not bring against our objections the often-heard excuse that “there were no women to be found.” Anyone who makes the effort to look beyond the “usual suspects” (which indeed often consist of white men, but that is exactly the result of gender inequality), will discover many highly qualified and talented women. You can also always contact experts to ask for recommendations. Society for Women in Philosophy (NL) has over 60 members (who would be happy to assist), as well as a database of female speakers.

While implicit bias inclines us all to associate the word “economist” or “philosopher” with white men, we need to challenge this bias by making sure to have diverse speakers at events such as these.

If gender equality and diversity are a priority for festival organizers, they should be willing to go the extra mile. Specific perspectives of various social groups provide a critical view on the economy and on society in general. Women do not necessarily have a different view or present specific “women issues”. For us, this is about a fair representation of social reality and about countering of implicit gender bias (people are less likely to think of women when they are searching for and selecting speakers). We can only draw the conclusion that in the case of the G10, gender equality and diversity have not been a priority. That being said, your current selection of speakers has led to an unacceptable result.

Since, as organizers of the G10, you seem to have disregarded all points of criticism brought up last year, we cannot, as we did last year, assume that you simply forgot to think about implicit bias or a fair representation of society. We hope you are willing to make the necessary efforts to change the program, so that we do not feel compelled to boycott this event.

Yours sincerely,

 

Anna Blijdenstein, Ph.D. candidate philosophy (University of Amsterdam)

Marieke Krijnen, postdoc (Orient-Institut Beirut)

Laura Karreman, Lecturer Media and Culture Studies (Utrecht University), Ph.D. candidate in Art, Music and Theatre Studies (Ghent University)

On behalf of the board of Society for Women in Philosophy (NL):

Anya Topolski, assistant professor in political theory and philosophy (Radboud University, Nijmegen)

Roos van Unen, MA-student Philosophy (Vrije Universiteit)

Joyce Pijnenburg, independent lecturer in philosophy, PhD candidate (University of Amsterdam)

Theatervoorstelling een WINTERPLAN – nagesprekken met filosofes

Een Winterplan belicht het einde van de vriendschap tussen drie grote denkers: Friedrich Nietzsche, Lou Salomé en Paul Rée. Korte tijd vormden zij een hecht driemanschap. Ze maakten plannen om samen te leven en te werken: ‘een winterplan’. Dit plan ging niet door, maar Paul Rée (Anne Prakke) en Lou Salomé (Lizzy Timmers) leefden nog wel een aantal jaren als vrienden samen in Berlijn.

Voorafgaand aan verschillende voorstellingen vinden inleidende colleges plaats door filosofe en SWIP-lid Dora Timmers: in Den Bosch, Eindhoven, Haarlem, Arnhem en bij OT rotterdam op 6 en op 20 april.

Wij co-organiseren nagesprekken bij de voorstelling. Met vrouwelijke denkers en voornamelijk SWIP-leden. Het volledige sprekersschema is als volgt:

1 april – Joyce Pijnenburg (OT Rotterdam, 16u)

6 april – Desirée Verweij (OT Rotterdam, 20u30)

7 april – Hedwig Gaasterland (OT Rotterdam, 20u30)

9 april – Marthe Kerkwijk (OT Rotterdam, 16u)

11 april – Cris van der Hoek (Frascati, Amsterdam, 20u30)

12 april – Joke Hermsen (Frascati, Amsterdam, 20u30)

13 april – Simone van Saarloos (Frascati, Amsterdam, 20u30)

20 april – Christa Stevens (OT Rotterdam, 20u30)

21 april – Sanne van Driel (OT Rotterdam, 20u30)

22 april – Ferial Saatchi (OT Rotterdam, 16u)

 

 

Vrouwenlogica in Dialoog: 1 februari t/m 15 maart

Met VG Amsterdam organiseren we Vrouwenlogica in Dialoog: vier verdiepingsavonden over   de actualiteit van filosofie door vrouwen. Avondbegeleiders zijn Joyce Pijnenburg, Sanne van Driel, Heidi Dorudi en Lie van Schelven. De avonden zijn los te volgen.

 

VrouwenlogicainDialoog

Petitie en Website: Academische Vrijheid

Op initiatief van een aantal filosofes en academici, sprekers bij het filosofieprogramma Vrouwenlogica, is een petitie opgesteld ter bescherming van de Academische Vrijheid en een website voor actualiteiten rondom het thema.

De petitie kan hier ondertekend worden. In het uitgebreide manifest lees je de onderbouwing van de eisen.

Natalie Scholz: Academische Vrijheid

Deze column werd gepresenteerd tijdens Vrouwenlogica 4 “Wie betaalt, bepaalt?”, over Academische Vrijheid.

 

Academische Vrijheid

Natalie Scholz

 

Ik begin met een postulaat:

Zonder vrijheid bestaat geen wetenschap en dus ook geen universiteit. Wetenschap is de eindeloze, maar gereguleerde zoektocht naar waarheid op basis van het uitwisselen van argumenten. Dit kan alleen werken als de deelnemers aan dit debat a) vrij zijn om dit beginsel te allen tijde te waarborgen en dus hun argument in vrijheid kunnen formuleren en b) evenwel vrij zijn om de vragen te formuleren waarop dit debat zich richt. Een wetenschapssysteem waarin je maar een beperkt aantal vragen mag formuleren, die van buiten de wetenschap zijn bepaald, is al kwijtgeraakt wat wetenschap tot wetenschap maakt. Wetenschap, die alleen nog maar kennis mag generen waarvan het nut voor een meerderheid van de maatschappij direct in te zien is alleen nog een wetenschapsstomp, waarvan de wortels ook snel zullen verdwijnen. Als dat ooit zal gebeuren, en er zijn al een aantal stappen in die richting te zien, belanden we uiteindelijk definitief in een post-waarheid, een “post truth” tijdperk.

Maar ik wil vandaag niet de zogenoemde wetenschapsagenda centraal stellen. Ik wil het hebben over hoe de introductie van het beginsel van marktwerking op de universiteiten, en in diens kielzog de introductie van Tayloristische management praktijken, de academische vrijheid bedreigt. Het idee van marktwerking op de universiteiten is tot nu toe een fictie, wel een heel machtige en invloedrijke fictie. We praten inmiddels voortdurend over de markt, over output en rendabiliteit, maar er heerst grote verwarring wat voor een soort markt dat eigenlijk zou zijn. Helaas is de vrije uitwisseling van argumenten binnen de universiteit allang nauwelijks mogelijk als het gaat over de beginselen van het bestuur zelf.

Als resultaat van deze scheve fictie van marktwerking heeft zich een parallel systeem geïnstalleerd op universiteiten, dat de grondbeginselen van de vrijheid van wetenschap serieus bedreigt. Pas tijdens de Maagdenhuisbezetting begon ik te begrijpen hoe het grote aantal collega’s op tijdelijke en precaire aanstellingen net als de zich cyclisch herhalende bedreiging door bezuinigingen en ontslagen de keerzijde is van wat wij kunnen samenvatten als de aanval van het rendementsdenken op de essentie van ons werk. Hoe minder mensen een zekere aanstelling hebben, hoe minder mensen zich durven uit te spreken tegen deze bedreiging. En dan hebben we het nog niet eens over de effecten van de oplopende werkdruk….

Het aantal onderzoekssubsidies, het aantal publicaties, het aantal citaties, het aantal studenten die een vak afronden, het aantal studenten dat een positieve beoordeling van hun college geeft op een absurd reductionistisch evaluatieformulier, het aantal studenten dat snel hun studie afsluit, de plaats van de universiteit, de faculteit, de opleiding op rankings, al deze elementen beginnen de essentie van wat wetenschap en wetenschappelijk onderwijs zou moeten zijn te verdringen. Ze zijn allemaal op zich leeg en ze geven zowel studenten als docenten al te vaak een gevoel van leegte. Niet leren op zich, hetgeen studenten en academici als activiteit delen, maar “succesvol” zijn in het zodanig primair op holle kwantitatieve criteria ingestelde systeem, wordt langzaam maar zeker de maatstaf van alles.

Voor mij is het ergste aan deze ontwikkeling dat zij gepaard gaat met een sluipende dehumanisering. Als we studenten niet als nummers bekijken dan is dat ondanks, en niet vanwege, de manier waarop wij worden bestuurd. We houden ons enthousiasme voor de zoektocht naar waarheid en de ondersteuning van studenten daarbij niet vanwege, maar ondanks de holle kwantitatieve criteria waarmee we voortdurend geconfronteerd worden. Wat volledig uit het oog dreigt te raken is dat alleen mensen vrij kunnen zijn om hun vragen te formuleren en hun argumenten op het academische forum te ontwikkelen. Die mensen, docenten én studenten, hebben menselijke vormen van herkenning nodig, om steeds weer het risico durven te nemen dat wetenschap altijd is. Ze hebben een omgeving nodig die je aanwakkert om elkaar te steunen en niet om met elkaar te concurreren. Want je verlaat de basis van een ingebeelde zekerheid en betreedt het pad van een eindeloze onzekerheid als je wetenschap bedrijft. Wat een wonderlijk feit dat mensen dit nog steeds doen. En hoe snel kunnen we dit met z’n allen kwijt raken.

 

 

 

Vrouwenlogica IV: Wie betaalt, bepaalt? Academische vrijheid

Op 7 december organiseren wij met VG Amsterdam en De Nieuwe Liefde Vrouwenlogica IV over academische vrijheid in de neoliberale universiteit. Wat is academische vrijheid, hoe wordt ze bedreigd en wat moet er gebeuren aan hervorming, speciaal op het financiële vlak?

Met SWIP-leden Martijntje Smits en Harriët Bergman en studenten filosofie, docenten en onderzoekers en een politica: Tashina Blom, Rudolf Valkhoff en Ineke Palm.

De moderatie wordt verzorgd door onze voorzitter, Désirée Verweij. Zie deze link voor het programma.

 

Banen bij de Verenigde Naties: deadline 30 november

Zie nr. 7, 17, 30 en 37: Gender and mediation consultant, Women Peace & Security Programme Specialist, Violence Against Women & Girls Project Officer, Director Regional coordinator for Women’s Economic Empowerment.

united-nations-committee-on-the-elimination-of-discrimination-against-women-uncedaw

Commissie Diversiteit presenteert rapport

Na de Maagdenhuisbezetting afgelopen jaar werden aan de Universiteit van Amsterdam drie commissies geïnstalleerd, waaronder de diversiteitscommissie. Deze commissie presenteerde afgelopen week haar eindrapport.

Hun bevindingen waren onder andere: het is niet goed gesteld met ‘diversity literacy’, de regelgeving rondom diversiteit werkt niet goed genoeg en de curricula zijn evident ontstaan vanuit een subjectieve context. De commissie deed een reeks aanbevelingen ter verbetering, waarvan de voorzitter van het College van Bestuur bevestigde dat deze ter harte zouden worden genomen.

Lees het rapport of de overzichtelijke samenvatting onder deze link:

http://commissiedd.nl/?p=613

Geen talent voor ondergeschiktheid – Khadija Al Mourabit

Afgelopen zondag verzorgde filosoof en SWIP-lid Khadija Al Mourabit de afsluitende column bij Vrouwenlogica III. Over een flinterdunne laag beschaving, het patriarchaat van velerlei aard en de verloren kennis over 8000 vrouwelijke Korangeleerden – naar wie klaarblijkelijk geluisterd werd, ook door mannen. “Het land is inderdaad ziek, maar als dat zo is dan is een groot deel van de wereld dat eveneens.”

We mochten de column hier publiceren:

khadija-al-mourabit-door-anja-meulenbelt (foto ((c)) Anja Meulenbelt)

Geen talent voor ondergeschiktheid, ook niet in vrijheid

Op een gewone donderdag avond waande ik mij eens, met twee vriendinnen, zowaar in 1950. Nietsvermoedend zaten wij, op een nazomerse avond op het terras van het Stedelijk Museum in Amsterdam, van elkaars gezelschap en humor te genieten. We lachten hardop. Dit werd abrupt onderbroken door een witte man, die een paar stoelen verderop zat met zijn vriendin, en de ‘onderbuik drang’ voelde om ons op niet mis te verstane wijze (oftewel: paternalistisch instrueren); dat ons “gelach” te hard was en dat “er een grens is met betrekking tot lachen”.

Wij keken op zijn zachtst gezegd de man op een niet zo vriendelijke wijze aan. De ergernis was van mijn gezicht af te lezen. Zijn vriendin had al gauw door dat wij hier niet van gediend waren en probeerde de discussie te de-escaleren door aan te geven dat we hem moesten negeren. Volgens haar had hij al vaker ruzie gehad om soortgelijke zaken.

Er bestaan van die mannen; van die zelfingenomen witte mannen, die hun flinterdun laagje civilisatie dragen alsof het gemaakt is van een verheven stof die boven de mensheid staat, onderwijl het seksisme aan de oppervlakte welig tiert. Een seksisme dat af en toe de kop opsteekt om onbekende vrouwen onder andere te dicteren “hoe hard zij wel of niet mogen lachen.”

Er bestaat een speciale hel voor zulke mensen. Mensen die menen dat zij mogen bepalen waar de grens der vrijheid is, voor welke vrouw dan ook die zij in hun vizier krijgen.

Dit flinterdun laagje civilisatie merkte ik ook ongeveer een maand geleden op. Drie Franse politiemannen dwongen op het strand van Nice een moslim vrouw met hoofddoek haar bovenstuk uit te doen. Een vernederende situatie voor de vrouw! Omstanders keken toe. Men vond in Frankrijk het burkini verbod schijnbaar nog niet denigrerend genoeg, het moest uitgestrekt worden tot iedereen die bedekt, vrouw en moslim is en zich op het strand begaf. In één klap werd zowel haar positieve vrijheid (de mogelijkheid tot handelen), alsmede haar negatieve vrijheid (de afwezigheid van beperkingen en tegenwerkingen) van tafel geveegd.

Simone de Beauvoir zei eens over de positie van de vrouw in Frankrijk:
“Het land is ziek, al zijn leden leggen getuigenis af van de ziekte; het is onmogelijk er één van te genezen door daar belangrijke verbeteringen in aan te brengen: je zou het lichaam in zijn geheel moeten behandelen.”

Er lijkt weinig veranderd te zijn voor moslimvrouwen als ik kijk naar recente gebeurtenissen in Frankrijk en de rest van de wereld. De enige hoop die een moslimvrouw nog mag koesteren is dat het gaat veranderen; zoals de Franse vrouwen in de jaren ‘70 in Frankrijk hoopten volgens de Beauvoir en wellicht nog steeds hopen.

Het land is inderdaad ziek, maar als dat zo is dan is een groot deel van de wereld dat eveneens. Een flinterdun laagje civilisatie, afkomstig van het patriarchaat, dat zich ook bevindt onder bepaalde korangeleerden. Korangeleerden die vrouwen onderdrukken en precies dicteren hoe zij vrouw, mens en algeheel wezen moeten zijn. Opvallend vaak zijn dit mannen. Vrouwen worden veelal gezien als subjecten van bijvoorbeeld het islamitisch recht in plaats van de (her)vormers. Je zou denken dat er nooit vrouwelijke korangeleerden hebben bestaan. Niets is minder waar; er zijn meer dan 8000 vrouwelijke korangeleerden geweest.

Mohammad Akram Nadwi, een islamitische godsdienstwetenschapper, heeft de verloren gewaande traditie van vrouwelijke korangeleerden ontdekt. Deze vrouwen onderwezen de Koran, brachten de Hadith; de daden en uitspraken van de profeet Mohammed, over en waren zelfs juristen die de islamitische wet vervaardigden. In samenwerking met het Oxford Centre for Islamic Studies heeft Akram Nadwi een 40-volume werk geproduceerd over deze vrouwelijke moslimgeleerden en gebedsleiders. De relatie tot hun religie en de vrijheidsbeleving van deze vrouwen is verbijstering wekkend.

Alleen al Umm al-Darda, een prominente juriste uit het zevende-eeuwse Damascus is buitengewoon indrukwekkend. Op jonge leeftijd zat zij met mannelijke geleerden in de moskee om te discussiëren over de islam. Zij onderrichtte de Hadith en de jurisprudentie in de moskee. Daarnaast gaf zij lezingen in het mannengedeelte. Niemand minder dan de kalief van Damascus was haar student! Zij bad zij aan zij met mannen en gaf ook een fatwa uit. Een fatwa die toeliet dat vrouwen in dezelfde positie konden bidden als mannen. Deze fatwa wordt nog steeds door moderne geleerden geciteerd. Vergelijk dit eens met het heden, een tijd waarin vele vrouwen nog steeds niet in de moskee durven bidden laat staan lezingen leiden.

Er zijn meer dan 8000 vrouwelijke korangeleerden geweest, waarvan een paar enkelingen bekend zijn. Echter, waar is de kennis over al deze vrouwen?
In een tijd waarin moslimvrouwen vanuit alle kanten in hun vrijheid worden beperkt. Enerzijds hier in het Westen anderzijds door onder andere moslimgeleerden over de hele wereld. Waar veelal óver hen in plaats van mét hen wordt gesproken. Hun vrijheid in relatie tot hun religie die op kleingeestige wijze ingevuld en begrensd wordt door het flinterdun laagje dat wij civilisatie noemen. De vraag die rijst is: als wij onszelf van de ziekte van onderdrukking willen genezen, hoe pakken we dan het hele lichaam aan zonder dat wij ons blind staren op haar afzonderlijke delen?

“Ik heb geen talent voor ondergeschiktheid.”, zei eens de Nederlandse achttiende-eeuwse Belle van Zuylen. Graag voeg ik daar nog aan toe: eveneens hebben diverse moslimvrouwen géén talent voor ondergeschiktheid; niet in hun bekwaamheid tot het leven, hun zelfbeschikking, de relatie tot hun religie of hun vrijheidsbeleving.

Dankuwel.

 

Vrouwenlogica III werd gehouden op 2 okt. 2016 in De Nieuwe Liefde, een coörganisatie van SWIP-NL, VG-Amsterdam en De Nieuwe Liefde.

« Older Entries