Waarom Intersectionaliteit? – column door Grâce Ndjako bij Vrouwenlogica V

Afgelopen maandag stond het publieksprogramma over en door vrouwen in de filosofie Vrouwenlogica in het teken van intersectionaliteit. Onderstaande column werd uitgesproken door filosoof Grâce Ndjako, ter afsluiting van het programma.

Over het bezoek aan Nederland van de Nigeriaanse filosoof Sophie Olúwolé, hoe zij werd gepresenteerd, hoe er voor haar werd gesproken en wat bell hooks hierover te zeggen zou hebben. Een pleidooi voor een intersectionaliteit.

 

Waarom Intersectionaliteit?

door Grâce Ndjako – bij Vrouwenlogica V, 29 mei 2017 in De Nieuwe Liefde, Amsterdam

 

Velen van ons zijn bekend met de stereotypen en stigma’s die er op werkende vrouwen worden geplaatst, en de verwachtingen die hen worden opgelegd.

Dat zij bijvoorbeeld veel vaker opmerkingen krijgen over hun uiterlijk en zich veel vaker van hun uiterlijk bewust zijn. Dat ze opmerkingen krijgen als “U kijkt zo lief”. Of hoe ze als meedogenloze krengen worden afgeschetst als ze ambitieus zijn, à la Miranda Priestley, het personage dat Meryl Streep speelt in ‘The Devil wears Prada’.

Maar daarnaast zijn er vrouwen die daarbij ook nog last hebben van stereotypen die over hen bestaan, die er niet bestaan voor andere vrouwen en stigma’s die op hen zijn geplaatst die niet op andere vrouwen worden geplaatst. Men koestert van deze vrouwen verwachtingen die men niet van andere vrouwen koestert.

In hun gevallen zijn het dan niet alleen mannen die zich hier schuldig aan maken, maar ook vrouwen die niet dezelfde kenmerken hebben als zij.

Ik wil het nu over één zo’n vrouw hebben.

Sophie Olúwolé 

Afgelopen week was de Nigeriaanse filosofe Sophie Olúwolé in Nederland. Haar boek over Orunmila en Socrates is onlangs naar het Nederlands vertaald en zij kwam hier haar boek promoten. Ze heeft een opmerkelijk verhaal; ze is in 1935, in het koloniale tijdperk, geboren. Promoveerde als eerste in Sub-Sahara Afrika in de filosofie en ze was de enige vrouwelijke student aan de filosofiefaculteit in Nigeria.

Ze geldt momenteel als een van de belangrijkste filosofen in Afrika, ze heeft baanbrekend werk verricht door de Yoruba taal en de ideeën die daarin schuilen te bestuderen. Ik heb mijn Master scriptie geschreven over Afrikaanse filosofie, en hiervoor ook haar werk bestudeerd. Het was voor mij dan ook een groot genoegen en een grote eer haar te mogen ontmoeten. Daarnaast heb ik in samenwerking met het NiNsee een MasterClass en een publieksavond georganiseerd over haar werk, waar zij kwam vertellen over haar laatste boek.

Ze sprak over haar onderzoek, gendernoties in de Yoruba filosofie, de verschillen in het Westerse en Afrikaanse denken, de stigma op Afrikaanse filosofie. Daarnaast vertelde ze ook leuke verhalen over haar jeugd en hoe ze aan de naam Sophie kwam. Een van mijn favoriete uitspraken van haar die dag ging over het verschil dat zij had opgemerkt in Westerse en Afrikaanse huwelijken. In het Westen kent men dan geen polygamie zoals in veel Afrikaanse culturen, maar zoals ze zei “In the West you marry 1 wife, divorce 10 times”. “Progressive polygamy” noemde ze dit. Het was een succesvolle dag, dat door een divers publiek werd bezocht.

White/Hipster Privilege 

De avond ervoor was heel anders verlopen. Een zekere filosofische instelling, dat zich profileert als levensschool, mede-opgericht door een populaire Britse filosoof, met franchises op verschillende plekken in de wereld, had een lesprogramma met haar georganiseerd waarin zij over haar boek werd geïnterviewd.

Ter aankondiging van het evenement vermeldde de instelling dat Afrika een rijke filosofische traditie heeft die men in het Westen op een andere manier naar zichzelf kan laten doen kijken. Afrikaanse filosofie kan mensen in het Westen tussen alle drukte heen helpen stilstaan bij wat zij zelf en de mensen om hen heen werkelijk voelen. Het gevoel en emotie van Afrika is waar zij het Westen mee kan verrijken, en aan Oluwole de taak deze kennis te komen brengen.

Het werd voor mij al vrij snel duidelijk dat Oluwole daar niet was uitgenodigd als volwaardige academische collega, maar als ‘wijze’ vrouw uit Afrika. Zij en het lesprogramma dat rondom haar boek werd georganiseerd zouden fungeren als een ‘exotisch uitstapje’, voor de groep jonge hoogopgeleide mensen uit de grote stad.

Bij deze aankondiging moest ik denken aan een essay van de Afro-Amerikaanse auteur en activiste Bell Hooks, die in haar essay ‘Eating the other’ het volgende zei: “The contemporary crises of identity in the west, especially as experienced by white youth, are eased when the “primitive” is recouped via a focus on diversity and pluralism which suggests the Other can provide life-sustaining alternatives” en […] “Within commodity culture, ethnicity becomes spice, seasoning that can liven up the dull dish that is mainstream white culture” (Hooks 2015:25).

Het publiek was deze avond minder divers, met aanzienlijk minder mensen die er als haar uitzagen. Het interview begon, dit werd gedaan door de Brits-Nigeriaanse Ikenna Azuike, er werd over haar werk gesproken, maar ook over het koloniaal verleden en de gevolgen ervan. Wat opviel is dat er, na nog niet eens een half uur, mensen weg begonnen te lopen. Verbaasd keek ik om me heen. Deze mensen hadden €42,50 neergelegd voor een kaartje en namen niet eens de moeite om het 2 uur durende programma uit te zitten. Het was beschamend. In de loop van de avond liepen steeds meer mensen vroegtijdig weg.

Midden in het programma werd er een vragenronde ingelast. Een jonge witte vrouw stelde haar een vraag; ze vroeg of het gesprek weer kon gaan over Afrikaanse filosofie, daar was ze namelijk voor gekomen. Het gesprek ging nu vaak over het kolonialisme, over wit en zwart, maar daar was ze niet voor gekomen. Kon het nu alstjeblieft weer alleen over Afrikaanse filosofie gaan. Er brak een ongemakkelijk moment aan.

Was deze jonge vrouw op dat moment haar ‘ally’, bondgenoot in ‘sisterhood’?

Waarom dacht deze jonge vrouw te kunnen leren van Oluwole’s filosofische ideeën zonder te worden geconfronteerd met de harde en pijnlijke werkelijkheid waaruit deze zijn voortgekomen. De achtergrond van waarom de Afrikaanse filosofie systematisch wordt vergeten, waarom het werk van Oluwole wordt vergeten?

Wilde zij de ideeën, of dan in ieder geval bepaalde aspecten ervan, de voordelen eruit kunnen onttrekken, om hier zelf wijzer van te worden, zonder de wortels ervan te kennen? Het was voor haar kennelijk niet belangrijk om de ideeën in context te leren kennen. Zoals Bell Hooks zei: “White folks who do not see black pain never really understand the complexity of black pleasure” (Hooks 2015:158). Of een ander mooi citaat van Hooks: “When race and ethnicity become commodified as resources for pleasure, the culture of specific groups, as well as the bodies of individuals, can be seen as constituting an alternative playground where members of dominating races, genders, sexual practices affirm their power-over in intimate relations with the Other.”

Er volgde helaas nog een nasleep op deze pijnlijke avond. De dag erna ontving ik van deze filosofische instelling een mail genaamd “Sophie zegt sorry”. Hierin bieden zij namens Sophie hun excuses aan voor de avond die niet zo goed was verlopen. Ze wisten dat Oluwole een ingewikkeld accent had (Nigeriaans-Engels) en hadden daarom de presentator Ikenna Azuike gevraagd haar te interviewen. Deelnemers aan de avond werden uitgenodigd voor een gratis ‘class’ inclusief drankje om de teleurstelling te verzachten.

Ik leerde achteraf via haar uitgever dat Oluwole niet op de hoogte was van haar zogenaamde excuses.

Waarom Intersectionaliteit? 

Waarom Intersectionaliteit? Zodat vrouwelijke Afrikaanse academici als Sophie Oluwole als volwaardige collega’s worden gezien, en niet als ‘wijze Afrikaanse vrouwen’.

Dat wat zij te melden hebben, hun ideeën, in hun volledigheid wordt gewaardeerd en erkend, en er niet slechts een vermeende essentie uit wordt getrokken.

Grâce Ndjako

Bronnen:

Hooks, Bell (2015) “Black Looks”

Deze column verscheen eerder op de website van Grâce.

Reactie